Karaktermoord

Opmerking: de tekst is vanaf hier niet meer in de ik-vorm geredigeerd.

Niet alleen de ‘direkte’ feiten die als bewijs tegen Dick zijn aangevoerd worden door Dick en zijn medestanders bestreden, ook de indirecte feiten en ‘relevante omstandigheden’, zoals die zo mooi heten, worden aangevochten. Immers, de politie heeft in de stukken een flink aantal omstandigheden (eigenlijk insinuaties) genoemd, die het beeld van Dick als koelbloedige moordenaar ogenschijnlijk ondersteunen. Het moet gezegd worden dat er geen half werk is verricht. Leest men het de eerste keer, dan is het geheel duidelijk: hier is een gevaarlijke serial killer aan het werk. En hoe merkwaardig het ook klinkt: alle aantijgingen tegen Dick, zowel de directe als de indirecte zijn weerlegd, op een paar kleine dingen na. Alle ‘verdachte’ omstandigheden zijn ofwel uit hun verband gerukt, ofwel geheel onjuist.
Het grote aantal en de systematiek van de verdachtmakingen sluit volgens Dick en zijn medestanders uit dat het om incidentele fouten gaat. Er is te veel verdraaid, en uiteraard altijd in Dick’s nadeel. Daarom is er ook sprake van een zorgvuldige karaktermoord. Men wist dat bijvoorbeeld vijf verdachtmakingen nog te ontzenuwen zouden zijn, maar twintig niet. Samen met het algemene imagoprobleem (homo trouwt met oude vrouw vanwege erfenis) zou het voor de toeschouwer vrijwel onmogelijk worden neutraal naar het feitelijk bewijs te kijken.

Pagina 1 PV

Het beste komt deze systematiek naar voren in pagina 0 van het proces-verbaal. Dit is een later toegevoegde pagina (het dossier begint met pagina 0, de tweede bladzijde heeft nummer 1). De inhoud was blijkbaar zo belangrijk dat men wilde dat de lezer het als eerste onder ogen zou krijgen, nog vóór de normale openingspagina. Wie de inhoud ziet, begrijpt gelijk waarom: het is veel spectaculairder. Er wordt een andere zaak aangehaald van een oude dame die ook met een homo trouwde, en die ook overleed. Effectief wordt gesuggereerd dat Dick een crimineel is die ervaring heeft met dit soort zaken.
Echter, de gesuggereerde kwalijke betrokkenheid van Dick is geheel uit de duim gezogen. Die betrokkenheid wordt ook alleen gesuggereerd, nergens in het dossier wordt op deze toegevoegde pagina teruggekomen en de (toch zeer kwalijke) verdachtmaking wordt niet nader onderbouwd.

Klik hier voor de originele tekst van het proces-verbaal en het commentaar van Dick.

Rechercheurs

Dick: ‘Tot in de negentiger jaren (ca. tien jaar na de verhoren) heb ik nog regelmatig nachtmerries gehad van de verhoren door de politie. Ik werd ’s nachts ieder uur wakker gemaakt, en het licht bleef uiteraard aan. Mijn bril kreeg ik niet en ook de kalmerende middelen die ik van de huisarts had werden niet verstrekt. Men was er helemaal zeker van: ik was een zware crimineel en een vieze homo die een moord gepleegd had. Ik hoefde het alleen nog maar even te bekennen.’
‘Ze waren gedurende de drie bewuste dagen, waarin de kroongetuigen hun later ingetrokken verklaringen aflegden, met wel een man of acht paraat. We werden alle drie verhoord, en met uitspraken die de één zogenaamd gedaan zou hebben, werden de anderen onder druk gezet. Vooral de vriendin van de rij-instructeur is hier ingetuind. Je gelooft het haast niet, maar er was inderdaad zowel een boze als ook een aardige rechercheur die om de beurt hun toneelstukje opvoerden. Er werden ook allerlei smerige toespelingen gemaakt op mogelijke seksuele relaties tussen mij en mevrouw van Wylick; erg beledigend voor mij en te smerig voor woorden.’
‘Het onderzoek dat prof. Van Koppen naar de waarde van de verklaringen uit die bewuste drie dagen heeft gedaan, laat zien dat op de eerste dag de verklaringen niet belastend voor mij waren, en dat er ook weinig aantoonbare fouten in zaten. Op de tweede en vooral de derde dag werden de ernstigste beschuldigingen tegen mij gedaan, maar er werden ook allerlei andere details beweerd die aantoonbaar onjuist waren. Van Koppen concludeert dan ook dat de verklaringen vanwege hun vele tegenstrijdigheden niet als bewijs bruikbaar zijn, en dat hij (hoewel harde conclusies niet te trekken zijn) het iets waarschijnlijk acht dat de latere, belastende verklaringen onjuist zijn’.
‘Elders op deze site is uitgelegd hoe men heeft verhinderd dat de kroongetuigen (die gezegd hadden dat ze hun verklaringen zouden intrekken) door mijn advocaat ondervraagd konden worden. Vooral bij het Hof was de vooringenomenheid enorm: toen mijn advocaat de vriendin wou ondervragen, werd het gewoon niet toegestaan en de zitting werd botweg beëindigd.’

Parool doet mee

Het Parool, die tot dan toe neutraal over de kwestie bericht had, koos in 1988 (toen Dick al drie jaar vastzat, naar aanleiding van de revisieaanvraag bij de Hoge Raad) voor een radicale anti-Dick opstelling. In een groot artikel komt de advocaat Bosch van Drakestein namens de familie aan het woord. Auteur is Bert Middelburg, die later met zijn misdaadverslaggeving grote bekendheid zou krijgen. Gezien het niveauverschil tussen het voorliggende artikel en zijn latere werk is ‘jeugdzonde’ wellicht een juiste kwalificatie, had het niet zo’n serieuze zaak betroffen.

Een uitgebreide weergave van het originele artikel en alle erin opgenomen onjuistheden vindt u hier.

Letterlijk wordt door Middelburg opgeschreven wat Justitie meestal slechts suggereerde: ‘homo-mafia, jonge homo’s die gefortuneerde, hoogbejaarde vrouwen, met een bij voorbaat zwakke gezondheid zodanig inpalmen en afhankelijk van zich maken dat uiteindelijk een huwelijk in gemeenschap van goederen wordt gesloten, en de gezondheid van de respectievelijke bruiden zodanig laten verslechteren dat zij kort na het huwelijk komen te overlijden’.
Later schrijft hij: ‘Onduidelijk is of S. (de erfgenaam in de andere zaak) van L. na de dood van Dribbel een douceurtje heeft gegeven voor bewezen diensten’. Dit is een ernstige insinuatie die op geen enkele manier door feiten gestaafd wordt, en men zou kunnen denken dat het juist de taak is van een journalist is om zoiets uit te zoeken.

Advocaat mr. L. Bosch van Drakestein trad als zegsman van de familie op. Hij is wederom suggestief: ‘dat je tot twee keer toe betrokken zou zijn bij een dergelijk geval en dat dat toeval zou zijn, dat wil er bij mij niet in.’
Ook hij vindt dat mevrouw door Dick slecht behandeld werd: ‘Pas na de komst van van L. is zij sterke drank als rum en gin gaan drinken, of werd zij daartoe door van L. gedwongen’.

In dit artikel is wordt fraai geïllustreerd hoe de karaktermoord in zijn werk gaat. Veel verdachtmakingen die bij feitelijk ‘van horen zeggen’ zijn, en nog allemaal onjuist ook.
Het artikel rept niet over de door Dick aangevoerde argumenten (bijvoorbeeld dat de zuster het huwelijk suggereerde en dat mevrouw voorspelde dat de kinderen het huwelijk zouden aanvechten) geen woord. Ook over de medische missers en de bewijsproblemen zwijgt Middelburg.

Opvallend is dat de familie via haar advocaat spreekt. Dat is in lijn met het eerdere gedrag: de zeer aktieve opstelling van met name de zoon (die zelf jurist was) komt in de stukken nergens terug.
Dick en zijn medestanders waren zeer verbaasd over de timing van het artikel: waarom nu, jaren later? Volgens hun is de meest waarschijnlijke verklaring de civiele zaak: de kinderen betwistten het huwelijk en de erfenis, en op dat moment was de slepende civiele zaak in een cruciaal stadium. Advocaat Bosch geeft zelf al in het artikel aan dat voor Dick de herziening een laatste kans op de erfenis is; dat zijn cliënten zelf ook partij zijn in dat onderdeel van de zaak vermeldt hij niet.

Specialist klaagt

De specialist van mevrouw van Wylick, dr. Stevens, maakt in een brief melding van de bevooroordeelde rechercheurs. ‘De rechercheurs waren nogal suggestief in hun vragen, zo beweerden zij dat ..[hier volgt de zaak-Dribbel, alsmede een verwijzing naar opgeblazen gebeurtenissen bij een dienstbetrekking in de Apollolaan]..., kortom van Leeuwerden was een louche baas die in herhalingen verviel’.
De specialist stelt vervolgens dat er geen sprake kon zijn van een wisselwerking tussen de alcohol en de medicijnen, en dat een acute alcoholvergiftiging ook ‘onwaarschijnlijk’ was.
Hij stelt: Kortom hun verhaal leek mij meer weg te hebben van een aardig script voor een tweederangs crimifilm’. Hij concludeert: ‘De bewering dat van Leeuwerden uit was op het geld van mevr. Brouwers lijkt gegrond, de aantijging dat hij een handje heeft geholpen met haar dood lijkt gezocht, hoewel de schijn tegen is’.
De politie was duidelijk niet tevreden met de afwijkende opstelling van de specialist. Terwijl hij de medicus was die de meeste medische informatie over mevrouw had, werd het aangekondigde medisch-technische verhoor, waarin dr. Stevens formeel en schriftelijk zou rapporteren uit het dossier, nooit gehouden. De patholoog dr. Zeldenrust kreeg zijn visie derhalve niet onder ogen.

Lange lijst leugens

Er is een lange lijst beweringen die over Dick gedaan zijn die allen onjuist zijn. Het patroon is steeds hetzelfde: er wordt iets beweerd wat duidelijk op kwade trouw duidt. De beweringen gaan echter meestal over nevenaspecten, zijn tamelijk insinuerend en gaan niet over de feitelijke handelingen die door Dick gepleegd zouden zijn. Toen de verdediging al die beweringen nader ging uitzoeken, bleek steeds dat de bewering ofwel helemaal onjuist was, of geheel uit zijn verband gerukt.
Er zit (nogmaals) duidelijk systeem in de groepering van het dossier. Terwijl cruciale proces-verbalen ontbreken (de alcoholbepaling van de rum, de voor Dick sympathieke brief van de zuster, de voor Dick gunstige verklaring van de specialist) worden allerlei andere aspecten van Dick’s gedrag systematisch in een kwaad daglicht gezet (in de journalistiek wordt dit wel ‘stapelen’ genoemd).
Om de lezer zelf te laten ondergaan, geven we hier een zo volledig mogelijke opsomming van datgene wat er werd beweerd en de weerlegging van Dick. Daarbij is enige herhaling niet te vermijden.

Het motief: Dick vermoordde zijn vrouw vanwege de erfenis (vonnis) Dick was op moment van huwen eigenaar van de helft van het vermogen; dus al miljonair. Was hij een tijd gebleven en dan gescheiden, had hij het geld gehad. Na de ‘moord’ had hij 66% van het vermogen in plaats van de helft; geen motief voor moord. Het werkelijke motief voor het huwelijk was dat mevrouw van Wylick Dick wilde belonen voor zijn werk. Cynisch genoeg had mevrouw in een aparte verklaring al voorspeld dat de kinderen de erfenis zouden aanvechten.
‘Na de komst van Dick is zij sterke drank als rum en gin gaan drinken, of werd zij daartoe door van L. gedwongen’ (advocaat familie) Zij dronk altijd al gin, maar nooit rum.
Nergens is hard gemaakt dat mevrouw door Dick gedwongen werd te drinken (let op, dit is een ernstige bewering zonder onderbouwing). De specialist en de zuster stellen juist dat onder invloed van Dick haar alcoholgebruik verminderd was.
‘Haar vaste leverancier heeft tegenover de politie verklaard dat de wijnrekeningen na de komst van van L. zeker waren verdrievoudigd’ (Parool) Nagezocht. In de berekeningen de wijnvoorraad in de berging niet meegerekend. Werkelijke berekeningen, gemaakt door huisarts Laane, tonen aan dat het alcoholgebruik was geminderd.
Verder klopte de sterkte van de wijn niet, die was lager dan in de stukken staat. De berekeningen zijn verder onvolledig omdat de gin die gedronken werd niet meegerekend was.
Dick heeft de toenmalige vriend van mevrouw het huis uitgewerkt (dossier) Deze man werd te ziek om thuis verzorgd te kunnen worden. Dr. Stevens was dementerende. Daarom was Dick oorspronkelijk aangenomen. Toen de vriend toch te ziek werd en in het Prinsengrachtziekenhuis werd opgenomen, daar ook niet te handhaven was, en toen naar een psycho-geriatrisch verpleeghuis verhuisd. Dit ging allemaal buiten Dick om.
Dick heeft bewijsmiddelen (glazen, lege flessen) verdonkeremaand (dossier) Dick was butler en waste altijd de glazen af, ook die avond. De lege flessen werden niet in de glasbak om de hoek gedaan, omdat de buurt niet mocht zien hoeveel mevrouw werkelijk dronk. Daarom nam hij de flessen mee naar een andere glasbak. Als er niets aan de hand is, waarom zou je dan niet opruimen?
Dick ging na de ‘moord’ in een café zijn ‘rijkdom vieren’ (dossier) De huisvriend reed de auto en verklaart later: ‘Dick voelde er niets voor, maar hij had weinig keus. Hij zat bij mij in de auto en ik ging daarheen’. Er is een getuigenverklaring van een aanwezige in het café die meldt dat Dick er niet vrolijk bij zat en tegen zijn zin aanwezig was.
Dick had de telefoonaansluiting laten wijzigen zodat hij kon meeluisteren (dossier) Is nagezocht; er zijn facturen van PTT waaruit blijkt dat 1 jaar voor de komst van Dick een tweede toestel op de slaapkamer is aangelegd. Er is niet door de recherche bij de PTT navraag gedaan.
De huisarts zou beweerd hebben dat hij niet begreep waarom de woning werd geschilderd, omdat mevrouw slecht zag en toch niet kon zien dat de verf afbladderde. Dit zou betekenen dat Dick het opknappen voor zichzelf had gedaan (voor mevrouw kon het niet zijn). Mevrouw had indertijd oogproblemen gehad maar ze was in 1882 (vlak voordat Dick bij haar kwam) geopereerd en zag zelfs weer zo goed dat ze weer rijles ging nemen. De huisarts had een brief van de specialist in zijn dossier waarin dit gemeld werd.
De huisarts wil nu niets meer over de zaak zeggen. Hij was ook de huisarts van de dochter en beroept zich op zijn geheimhoudingsplicht.
Opvallend is dat de verklaring, afgenomen door de recherche, niet door de huisarts getekend is, vooral voor een professional erg ongebruikelijk. Verder hadden er aan de huisarts gerichte schriftelijke vragen gesteld moeten worden door een medicus, en niet mondeling via de recherche.
Detail: de kroongetuigen hadden 95% rum uit Suriname meegenomen. Fabriek en product worden door recherche besproken. Niet vermeld wordt dat de fabriek ca. vier jaar vóór de fatale datum failliet gegaan was en dat de produktie gestaakt was. Is het waarschijnlijk dat de recherche alle informatie heeft ingewonnen en dan dit cruciale feit niet gehoord heeft?
Het Dick-was-verpleger verhaal Op verscheidene plaatsen wordt gesteld dat Dick verpleger zou zijn. Vervolgens wordt bij de verplegers-vakorganisatie nagevraagd of Dick daar ingeschreven staat. Dit is niet het geval en dat lijkt dan erg verdacht. De werkelijkheid is dat Dick zich nooit als verpleger heeft voorgedaan, hij was butler. Er wordt ook nergens hard gesteld dat hij zich als verpleger voordeed, het wordt alleen gesuggereerd en gecombineerd met een ‘ontmaskering’.
Verwaarlozingsverhaal algemeen In het latere Parool-artikel wordt het letterlijk gezegd: ‘...inpalmen... gezondheid... zodanig laten verslechteren.. dat zij kort na het huwelijk komen te overlijden’. De werkelijkheid was dat de specialist meldde dat de algemene toestand van mevrouw was verbeterd. En Dick zorgde juist voor méér (inplaats van minder) medische zorg: in het jaar dat hij bij haar was is mevrouw zeven keer bij een dokter geweest (zes keer bij de huisarts, twee keer bij de specialist, één keer bij de Badeartzt).
Dick heeft wel tegenover de recherche verklaard dat hij haar alcoholverbruik veel méér had willen terugdringen.
De kinderen hadden in het jaar dat Dick er was blijkbaar nooit iets gemerkt, want nergens is sprake van eerdere discussie hierover.
Verwaarlozingsverhaal op de bewuste avond Op handige wijze heeft de recherche de gebeurtenissen op de bewuste avond ‘ingekleurd’. De werkelijkheid was dat mevrouw ‘niet lekker’ was, met algemene klachten die iedereen heeft die twee flessen wijn gedronken opdrinkt. Dat is ook wat de rij-instructeur over de telefoon tegen zijn vrouw zei. Had Dick met deze klachten een arts ingeschakeld, dan zou die geadviseerd hebben eerst de roes uit te slapen.
Op het moment dat Dick constateerde dat het opeens ernstiger was, was het al te laat en was mevrouw overleden.
De recherche heeft de verhalen van Dick en de kroongetuigen anders opgeschreven: er zou al eerder gezien (en besproken) zijn dat mevrouw er slecht aan toe was (in de zin van doodziek) en Dick zou niets gedaan hebben tot het moment van overlijden.
Dick erkent dat hij de verklaringen waarin dit staat heeft ondertekend (hij had ze niet gelezen omdat hij geen bril had, maar kon er niet onderuit) maar ontkent ten stelligste dat er een mogelijkheid tot ingrijpen is geweest.
Slaapkamerkast verhaal Neuzen in de slaapkamerkast zou opgeleverd hebben dat Dick en de huisvriend uit de gevonden papieren begrepen hadden dat mevrouw vermogend was. Men zou speciaal een sleutel nagemaakt hebben. Waarheid: Het was niet kies om nieuwsgierig te zijn, maar Dick had altijd de sleutel en heeft er inderdaad met de huisvriend in de kast gekeken.
Dit was niet zoals het hoorde.
Echter, de aanname dat Dick pas op dat moment ontdekt zou hebben dat mevrouw vermogend was is uiterst merkwaardig: hoe kun je een butler hebben als je niet rijk zou zijn?

Andere ontbrekende verklaringen

Een aantal betrokkenen zijn nooit gehoord (of hun verklaring is niet in het dossier opgenomen.

De huishoudster had bijvoorbeeld uitsluitsel kunnen geven of Dick goed voor mevrouw zorgde of haar verwaarloosde met het oog op haar overlijden. Zij werd echter direkt na het overlijden door de familie in dienst genomen.

De huisarts, dr. Verhoef, speelt eveneens een cruciale rol. Toevalligerwijze was hij ook de huisarts van de dochter van mevrouw van Wylick. Hij zou meer kunnen verklaren over de gezondheid van mevrouw, de zorg van Dick en de combinatie alcohol-medicijnen. Hij deed naar de mening van Dick echter mee aan de insinuaties tegen Dick, blijkens het bovenvermelde bril-verhaal.

Andere meningen over Dick

Velen hebben Dick in zijn tijd tijdens de processen en daarna in de gevangenis bijgestaan. Niet iedereen wil in de publiciteit op de zaak terugkomen.

Anderen geven vrijuit hun visie op de zaak; is Dick inderdaad de berekenende moordenaar?


Dr. H.M. Laane, huisarts: ‘Dick was een patiënt van mij. Ik zag hem niet zoveel want hij had een goede gezondheid. Opeens kwam hij om kalmeringstabletten vragen. Hij vertelde het verhaal en ik besloot hem te gaan helpen, op één voorwaarde: als hij tegen me zou liegen, dan zou ik er direkt mee ophouden. Een dag na zijn eerste consult hebben we uitgebreid alles doorgesproken. Ik had direkt mijn twijfels over de beschuldigingen omdat ik Dick kende en menselijk gezien zeker wist dat hij zoiets niet zou doen. Toen ik de beschuldigingen op een rijtje ging zetten bleek er niet veel van te kloppen. Vooral het medische dossier was hemeltergend. Er waren nota bene medicijnen door elkaar gehaald: men had het over het (samen met alcohol inderdaad gevaarlijke) chloorpromazine, terwijl het feitelijk om promethazine ging: een typefout als het ware! Verder constateerde ik al snel dat er systematisch gejokt werd: er werden allemaal ‘slechte dingen’ over Dick geroepen, die ik niet geloofde en die dan bij nader onderzoek volledig uit de lucht gegrepen bleken. En er wer selectief verhoord: de specialist (die het beste op de hoogte was van de medische situatie) werd door de recherche verhoord, hij was het beslist oneens met het alcohol-medicijnen-verhaal maar het vervolgverhoor waarin hij dat formeel zou bevestigen werd gewoon afgelast. Dat noem ik achterover drukken. Dat verdraaien gebeurde voortdurend: alles wat negatief was werd systematisch opgeblazen, en wat positief was werd weegedrukt of gewoon weggelaten.’
‘Iedereen die naderhand het dossier leerde kennen (advocaten, betrokkenen uit de gevangenisperiode en andere medestanders) weten dat Dick onschuldig is, zo duidelijk is het.’
‘Meerdere medestanders hebben eindeloos met Dick gesproken over al die details die achteraf gebruikt zijn om hem verdacht te maken, en niemand heeft Dick ooit op een leugen of onregelmatigheid kunnen betrappen. Niet omdat hij zo geraffineerd was, maar omdat hij de waarheid vertelde. De enige fout die Dick gemaakt heeft is het ondertekenen van het proces-verbaal van zijn verhoor; dat door de recherche flink ‘verfraaid’ was. Hij had het niet gelezen omdat ze hem zijn bril niet wilden geven.’
‘Ik heb jaren nodig gehad om de listigheden te doorgronden die met deze man zijn uitgehaald. De manoeuvres met de verdwenen rum (het ‘moordwapen’), de geraffineerde manier om de kroongetuigen in toom te houden, en vooral de aperte onwil van de Hoge Raad. Wij hadden een waterdicht verhaal voor natuurlijke dood maar het mocht tot nu niet baten; de Hoge Raad geeft geen krimp.’
‘De verdediging heeft op zich goed werk geleverd, maar we doorzagen op dat moment niet wat er feitelijk gebeurde en hoe gevaarlijk de situatie was. Ik was naïef en kon me gewoon niet voorstellen dat men zoiets zou kunnen doen. We hadden feitelijk een sterk verhaal, maar achteraf niet genoeg. Als ik alles had geweten had ik er direkt een advocaat uit de top-tien bij gehaald.
‘Natuurlijk wist men dat het niet waar was; natuurlijk had men gelezen dat mevrouw uit zichzelf gehuwd was en niet omdat Dick haar als ‘homo-mafia’ gedwongen had. Haar eigen verklaring en die van haar zuster waren volstrekt ondubbelzinnig. Uit alle trucs blijkt zonneklaar dat het gebrek aan bewijs opzettelijk met list en bedrog is gecompenseerd.’


Mr. Spong was advocaat tijdens cassatie en het eerste herzieningsverzoek. ‘In beide procedures door mij uitgebreid de ondeugdelijkheid van de bewijsmiddelen aangetoond; daar sta ik nog steeds helemaal achter. Ik vond, en vind, dat hij op onjuiste gronden veroordeeld is. De verklaring van dr. Zeldenrust, waar het vonnis voor een belangrijk deel op gebaseerd is, deugt voor geen meter. Gezien de vele zwakke plekken in de bewijsvoering ben ik nogmaals van mening dat het hier een ondeugdelijke veroordeling betreft.’

Mr. Korvinus (advocaat bij de vierde herziening waarin de kroongetuigen alles introkken): ‘Ik hoop van harte dat de heer van Leeuwerden eindelijk gehoor vindt bij de Hoge Raad. Natuurlijk is hij onschuldig: het na de veroordeling verzamelde feitenmateriaal sluit uit dat hij het gedaan heeft. De vrijspraak (voor moord) bij de rechtbank duidde er al op dat het geen sterke zaak was.’


De buurvrouw van Dick

Ik ken Dick nu zo’n 22 jaar, vanaf het moment dat hij naast mij kwam wonen. Maar omdat hij ’s nachts werkte zag ik hem in het begin nooit. Pas toen we elkaar via een collega leerden kennen ontdekten we dat we naast elkaar woonden.
Dick en zijn vriend hielpen mij altijd, Dick stond altijd klaar voor mij.

Toen mevrouw van Wylick overleed las ik in de krant wat er aan de hand was, en de vriend van Dick kwam ook langs om het te vertellen. Ik was totaal perplex. Ik had dat nooit verwacht, het eerste dat ik dacht was ‘dit kan niet waar zijn’. Ik vond het totaal niet in overeenstemming met zijn persoon zoals ik die had leren kennen.
In het begin was Dick nog vrij ontspannen, maar toen iemand posters in de buurt had opgehangen kwam hij totaal overstuur bij mij langs. Ik sprak hem regelmatig in die bewuste week.
In de gevangenis heb ik hem regelmatig opgezocht. Als we er dan waren, ging het er ogenschijnlijk gezellig aan toe. Kopje koffie erbij, het gewone werk.
Ik ben er altijd van overtuigd dat hij vrijgesproken zou worden; als je niets gedaan hebt kun je toch niet veroordeeld worden? Het vonnis van het gerechtshof was op een vrijdagmiddag en zijn vriend en ik waren beide thuis. Hij kwam mij vertellen dat Dick was veroordeeld. Dat wasnatuurlijk een enorme tegenvaller.
Ik ben hem altijd trouw blijven bezoeken; ik wilde hem niet in de steek laten want ik wist dat hij onschuldig was. De rechters beseffen niet half wat ze deze man hebben aangedaan.
Ik ken hem, het is een type wat nog geen mier kan doodrukken, laat staan een moord met voorbedachte rade, zoals men beweerde.

Dick vertelde mij direkt na het overlijden dat hij met mevrouw getrouwd was. Daar moest ik wel even over nadenken, verwerken. Ik wilde niet te snel oordelen. Dick vertelde dat het met wederzijds goedvinden was. Mevrouw lag overhoop met de kinderen en wilde dat Dick later niet meer zo hard zou hoeven te werken.
Ik kan het me helemaal voorstellen dat ze Dick om zich heen wilde hebben: wie zou niet iemand willen hebben die je overal mee helpt, lekker een wijntje inschenkt en een hapje erbij serveert.
Hij was altijd erg blij als we hem in de gevangenis bezochten, en hij klaagde nooit. Hij had het druk met zijn aktiviteiten in de gevangenis. We beseften wel dat hij ons lang niet alles vertelde.
Zijn hartinfarct heeft hem erg veranderd. Hij kan veel minder, maar zijn typerende belangstelling en zorgzaamheid zijn nog steeds hetzelfde.

Toen hij vrijkwam was hij erg rustig en gelijkmatig; ik had wel wat meer uitgelatenheid verwacht. Hij is zo’n type waaraan je niet direkt zijn stemming kunt aflezen. En is het niet zo dat juist de binnenvetters een hartinfarct krijgen?
Eerst was hij een tijd werkeloos. Dat knaagde aan hem, dat kon je merken. Uiteindelijk in de nachtzorg terecht.
Natuurlijk is hij onschuldig, daar ben ik heilig van overtuigd. Dat heb ik van het begin af gedacht (en geweten).
Hij was altijd enorm hulpvaardig: hielp mij bijvoorbeeld toen ik eens beroofd was om aangifte te doen. Ook kwam hij langs om te zeggen dat ik naar de dokter moest, dat had hij onthouden. Toen ik bepaalde gezondheidsproblemen kreeg heeft hij verscheidene keren hulp geregeld, en hij was degene die in de gaten had dat het een bepaalde medicijnen lag die ik kreeg, hetgeen later door de dokter bevestigd werd.
Ik kon alles zelf maar toch stond hij erop mij te helpen.


  home | site map | zoeken | contact
Copyright © 2004 Dickmoetvrij.com All rights reserved