Karaktermoord
Opmerking: de tekst is vanaf hier niet meer in de ik-vorm geredigeerd.
Niet alleen de ‘direkte’ feiten die als bewijs tegen Dick
zijn aangevoerd worden door Dick en zijn medestanders bestreden, ook
de indirecte feiten en ‘relevante omstandigheden’, zoals
die zo mooi heten, worden aangevochten. Immers, de politie heeft in
de stukken een flink aantal omstandigheden (eigenlijk insinuaties)
genoemd, die het beeld van Dick als koelbloedige moordenaar ogenschijnlijk
ondersteunen. Het moet gezegd worden dat er geen half werk is verricht.
Leest men het de eerste keer, dan is het geheel duidelijk: hier is
een gevaarlijke serial killer aan het werk. En hoe merkwaardig
het ook klinkt: alle aantijgingen tegen Dick, zowel de directe als
de indirecte zijn weerlegd, op een paar kleine dingen na. Alle ‘verdachte’
omstandigheden zijn ofwel uit hun verband gerukt, ofwel geheel onjuist.
Het grote aantal en de systematiek van de verdachtmakingen sluit volgens
Dick en zijn medestanders uit dat het om incidentele fouten gaat.
Er is te veel verdraaid, en uiteraard altijd in Dick’s nadeel.
Daarom is er ook sprake van een zorgvuldige karaktermoord. Men wist
dat bijvoorbeeld vijf verdachtmakingen nog te ontzenuwen zouden zijn,
maar twintig niet. Samen met het algemene imagoprobleem (homo trouwt
met oude vrouw vanwege erfenis) zou het voor de toeschouwer vrijwel
onmogelijk worden neutraal naar het feitelijk bewijs te kijken.
Pagina
1 PV
Het
beste komt deze systematiek naar voren in pagina 0 van het proces-verbaal.
Dit is een later toegevoegde pagina (het dossier begint met pagina
0, de tweede bladzijde heeft nummer 1). De inhoud was blijkbaar zo
belangrijk dat men wilde dat de lezer het als eerste onder ogen zou
krijgen, nog vóór de normale openingspagina. Wie de
inhoud ziet, begrijpt gelijk waarom: het is veel spectaculairder.
Er wordt een andere zaak aangehaald van een oude dame die ook met
een homo trouwde, en die ook overleed. Effectief wordt gesuggereerd
dat Dick een crimineel is die ervaring heeft met dit soort zaken.
Echter, de gesuggereerde kwalijke betrokkenheid van Dick is geheel
uit de duim gezogen. Die betrokkenheid wordt ook alleen gesuggereerd,
nergens in het dossier wordt op deze toegevoegde pagina teruggekomen
en de (toch zeer kwalijke) verdachtmaking wordt niet nader onderbouwd.
Klik hier voor de originele tekst van
het proces-verbaal en het commentaar van Dick.
Rechercheurs
Dick:
‘Tot in de negentiger jaren (ca. tien jaar na de verhoren) heb
ik nog regelmatig nachtmerries gehad van de verhoren door de politie.
Ik werd ’s nachts ieder uur wakker gemaakt, en het licht bleef
uiteraard aan. Mijn bril kreeg ik niet en ook de kalmerende middelen
die ik van de huisarts had werden niet verstrekt. Men was er helemaal
zeker van: ik was een zware crimineel en een vieze homo die een moord
gepleegd had. Ik hoefde het alleen nog maar even te bekennen.’
‘Ze waren gedurende de drie bewuste dagen, waarin de kroongetuigen
hun later ingetrokken verklaringen aflegden, met wel een man of acht
paraat. We werden alle drie verhoord, en met uitspraken die de één
zogenaamd gedaan zou hebben, werden de anderen onder druk gezet. Vooral
de vriendin van de rij-instructeur is hier ingetuind. Je gelooft het
haast niet, maar er was inderdaad zowel een boze als ook een aardige
rechercheur die om de beurt hun toneelstukje opvoerden. Er werden
ook allerlei smerige toespelingen gemaakt op mogelijke seksuele relaties
tussen mij en mevrouw van Wylick; erg beledigend voor mij en te smerig
voor woorden.’
‘Het onderzoek dat prof. Van Koppen naar de waarde van de verklaringen
uit die bewuste drie dagen heeft gedaan, laat zien dat op de eerste
dag de verklaringen niet belastend voor mij waren, en dat er ook weinig
aantoonbare fouten in zaten. Op de tweede en vooral de derde dag werden
de ernstigste beschuldigingen tegen mij gedaan, maar er werden ook
allerlei andere details beweerd die aantoonbaar onjuist waren. Van
Koppen concludeert dan ook dat de verklaringen vanwege hun vele tegenstrijdigheden
niet als bewijs bruikbaar zijn, en dat hij (hoewel harde conclusies
niet te trekken zijn) het iets waarschijnlijk acht dat de latere,
belastende verklaringen onjuist zijn’.
‘Elders op deze site is uitgelegd hoe men heeft verhinderd dat
de kroongetuigen (die gezegd hadden dat ze hun verklaringen zouden
intrekken) door mijn advocaat ondervraagd konden worden. Vooral bij
het Hof was de vooringenomenheid enorm: toen mijn advocaat de vriendin
wou ondervragen, werd het gewoon niet toegestaan en de zitting werd
botweg beëindigd.’
Parool
doet mee
Het Parool, die tot dan toe neutraal over de kwestie bericht had, koos in 1988
(toen Dick al drie jaar vastzat, naar aanleiding van de revisieaanvraag
bij de Hoge Raad) voor een radicale anti-Dick opstelling. In een groot
artikel komt de advocaat Bosch van Drakestein namens de familie aan
het woord. Auteur is Bert Middelburg, die later met zijn misdaadverslaggeving
grote bekendheid zou krijgen. Gezien het niveauverschil tussen het
voorliggende artikel en zijn latere werk is ‘jeugdzonde’
wellicht een juiste kwalificatie, had het niet zo’n serieuze
zaak betroffen.
Een uitgebreide weergave van het originele artikel en alle erin opgenomen
onjuistheden vindt u hier.
Letterlijk wordt door Middelburg opgeschreven wat Justitie meestal
slechts suggereerde: ‘homo-mafia, jonge homo’s die gefortuneerde,
hoogbejaarde vrouwen, met een bij voorbaat zwakke gezondheid zodanig
inpalmen en afhankelijk van zich maken dat uiteindelijk een huwelijk
in gemeenschap van goederen wordt gesloten, en de gezondheid van de
respectievelijke bruiden zodanig laten verslechteren dat zij kort
na het huwelijk komen te overlijden’.
Later schrijft hij: ‘Onduidelijk is of S. (de erfgenaam in de
andere zaak) van L. na de dood van Dribbel een douceurtje heeft gegeven
voor bewezen diensten’. Dit is een ernstige insinuatie die op
geen enkele manier door feiten gestaafd wordt, en men zou kunnen denken
dat het juist de taak is van een journalist is om zoiets uit te zoeken.
Advocaat mr. L. Bosch van Drakestein trad als zegsman van de familie
op. Hij is wederom suggestief: ‘dat je tot twee keer toe betrokken
zou zijn bij een dergelijk geval en dat dat toeval zou zijn, dat wil
er bij mij niet in.’
Ook hij vindt dat mevrouw door Dick slecht behandeld werd: ‘Pas
na de komst van van L. is zij sterke drank als rum en gin gaan drinken,
of werd zij daartoe door van L. gedwongen’.
In dit artikel is wordt fraai geïllustreerd hoe de karaktermoord
in zijn werk gaat. Veel verdachtmakingen die bij feitelijk ‘van
horen zeggen’ zijn, en nog allemaal onjuist ook.
Het artikel rept niet over de door Dick aangevoerde argumenten (bijvoorbeeld
dat de zuster het huwelijk suggereerde en dat mevrouw voorspelde dat
de kinderen het huwelijk zouden aanvechten) geen woord. Ook over de
medische missers en de bewijsproblemen zwijgt Middelburg.
Opvallend is dat de familie via haar advocaat spreekt. Dat is in
lijn met het eerdere gedrag: de zeer aktieve opstelling van met name
de zoon (die zelf jurist was) komt in de stukken nergens terug.
Dick en zijn medestanders waren zeer verbaasd over de timing van het
artikel: waarom nu, jaren later? Volgens hun is de meest waarschijnlijke
verklaring de civiele zaak: de kinderen betwistten het huwelijk en
de erfenis, en op dat moment was de slepende civiele zaak in een cruciaal
stadium. Advocaat Bosch geeft zelf al in het artikel aan dat voor
Dick de herziening een laatste kans op de erfenis is; dat zijn cliënten
zelf ook partij zijn in dat onderdeel van de zaak vermeldt hij niet.
Specialist
klaagt
De specialist van mevrouw van Wylick, dr. Stevens, maakt in een brief
melding van de bevooroordeelde rechercheurs. ‘De rechercheurs
waren nogal suggestief in hun vragen, zo beweerden zij dat ..[hier
volgt de zaak-Dribbel, alsmede een verwijzing naar opgeblazen gebeurtenissen
bij een dienstbetrekking in de Apollolaan]..., kortom van Leeuwerden
was een louche baas die in herhalingen verviel’.
De specialist stelt vervolgens dat er geen sprake kon zijn van een
wisselwerking tussen de alcohol en de medicijnen, en dat een acute
alcoholvergiftiging ook ‘onwaarschijnlijk’ was.
Hij stelt: Kortom hun verhaal leek mij meer weg te hebben van een
aardig script voor een tweederangs crimifilm’. Hij concludeert:
‘De bewering dat van Leeuwerden uit was op het geld van mevr.
Brouwers lijkt gegrond, de aantijging dat hij een handje heeft geholpen
met haar dood lijkt gezocht, hoewel de schijn tegen is’.
De politie was duidelijk niet tevreden met de afwijkende opstelling
van de specialist. Terwijl hij de medicus was die de meeste medische
informatie over mevrouw had, werd het aangekondigde medisch-technische
verhoor, waarin dr. Stevens formeel en schriftelijk zou rapporteren
uit het dossier, nooit gehouden. De patholoog dr. Zeldenrust kreeg
zijn visie derhalve niet onder ogen.
Lange
lijst leugens
Er is een lange lijst beweringen die over Dick gedaan zijn die allen
onjuist zijn. Het patroon is steeds hetzelfde: er wordt iets beweerd
wat duidelijk op kwade trouw duidt. De beweringen gaan echter meestal
over nevenaspecten, zijn tamelijk insinuerend en gaan niet over de
feitelijke handelingen die door Dick gepleegd zouden zijn. Toen de
verdediging al die beweringen nader ging uitzoeken, bleek steeds dat
de bewering ofwel helemaal onjuist was, of geheel uit zijn verband
gerukt.
Er zit (nogmaals) duidelijk systeem in de groepering van het dossier.
Terwijl cruciale proces-verbalen ontbreken (de alcoholbepaling van
de rum, de voor Dick sympathieke brief van de zuster, de voor Dick
gunstige verklaring van de specialist) worden allerlei andere aspecten
van Dick’s gedrag systematisch in een kwaad daglicht gezet (in
de journalistiek wordt dit wel ‘stapelen’ genoemd).
Om de lezer zelf te laten ondergaan, geven we hier een zo volledig
mogelijke opsomming van datgene wat er werd beweerd en de weerlegging
van Dick. Daarbij is enige herhaling niet te vermijden.
|
Het motief: Dick vermoordde zijn vrouw vanwege de erfenis (vonnis) |
Dick was op moment van huwen eigenaar van de helft van het vermogen;
dus al miljonair. Was hij een tijd gebleven en dan gescheiden,
had hij het geld gehad. Na de ‘moord’ had hij 66%
van het vermogen in plaats van de helft; geen motief voor moord.
Het werkelijke motief voor het huwelijk was dat mevrouw van Wylick
Dick wilde belonen voor zijn werk. Cynisch genoeg had mevrouw
in een aparte verklaring al voorspeld dat de kinderen de erfenis
zouden aanvechten. |
|
‘Na de komst van Dick is zij sterke drank als rum en gin
gaan drinken, of werd zij daartoe door van L. gedwongen’
(advocaat familie) |
Zij dronk altijd al gin, maar nooit rum.
Nergens is hard gemaakt dat mevrouw door Dick gedwongen werd te
drinken (let op, dit is een ernstige bewering zonder onderbouwing).
De specialist en de zuster stellen juist dat onder invloed van
Dick haar alcoholgebruik verminderd was. |
|
‘Haar vaste leverancier heeft tegenover de politie verklaard
dat de wijnrekeningen na de komst van van L. zeker waren verdrievoudigd’
(Parool) |
Nagezocht. In de berekeningen de wijnvoorraad in de berging
niet meegerekend. Werkelijke berekeningen, gemaakt door huisarts
Laane, tonen aan dat het alcoholgebruik was geminderd.
Verder klopte de sterkte van de wijn niet, die was lager dan in
de stukken staat. De berekeningen zijn verder onvolledig omdat
de gin die gedronken werd niet meegerekend was. |
|
Dick heeft de toenmalige vriend van mevrouw het huis uitgewerkt
(dossier) |
Deze man werd te ziek om thuis verzorgd te kunnen worden. Dr.
Stevens was dementerende. Daarom was Dick oorspronkelijk aangenomen.
Toen de vriend toch te ziek werd en in het Prinsengrachtziekenhuis
werd opgenomen, daar ook niet te handhaven was, en toen naar een
psycho-geriatrisch verpleeghuis verhuisd. Dit ging allemaal buiten
Dick om. |
|
Dick heeft bewijsmiddelen (glazen, lege flessen) verdonkeremaand
(dossier) |
Dick was butler en waste altijd de glazen af, ook die avond.
De lege flessen werden niet in de glasbak om de hoek gedaan, omdat
de buurt niet mocht zien hoeveel mevrouw werkelijk dronk. Daarom
nam hij de flessen mee naar een andere glasbak. Als er niets aan
de hand is, waarom zou je dan niet opruimen? |
|
Dick ging na de ‘moord’ in een café zijn
‘rijkdom vieren’ (dossier) |
De huisvriend reed de auto en verklaart later: ‘Dick voelde
er niets voor, maar hij had weinig keus. Hij zat bij mij in de
auto en ik ging daarheen’. Er is een getuigenverklaring
van een aanwezige in het café die meldt dat Dick er niet
vrolijk bij zat en tegen zijn zin aanwezig was. |
|
Dick had de telefoonaansluiting laten wijzigen zodat hij kon
meeluisteren (dossier) |
Is nagezocht; er zijn facturen van PTT waaruit blijkt dat 1
jaar voor de komst van Dick een tweede toestel op de slaapkamer
is aangelegd. Er is niet door de recherche bij de PTT navraag
gedaan. |
|
De huisarts zou beweerd hebben dat hij niet begreep waarom de
woning werd geschilderd, omdat mevrouw slecht zag en toch niet
kon zien dat de verf afbladderde. Dit zou betekenen dat Dick het
opknappen voor zichzelf had gedaan (voor mevrouw kon het niet
zijn). |
Mevrouw had indertijd oogproblemen gehad maar ze was in 1882
(vlak voordat Dick bij haar kwam) geopereerd en zag zelfs weer
zo goed dat ze weer rijles ging nemen. De huisarts had een brief
van de specialist in zijn dossier waarin dit gemeld werd.
De huisarts wil nu niets meer over de zaak zeggen. Hij was ook
de huisarts van de dochter en beroept zich op zijn geheimhoudingsplicht.
Opvallend is dat de verklaring, afgenomen door de recherche, niet
door de huisarts getekend is, vooral voor een professional erg
ongebruikelijk. Verder hadden er aan de huisarts gerichte schriftelijke
vragen gesteld moeten worden door een medicus, en niet mondeling
via de recherche. |
|
Detail: de kroongetuigen hadden 95% rum uit Suriname meegenomen.
Fabriek en product worden door recherche besproken. |
Niet vermeld wordt dat de fabriek ca. vier jaar vóór
de fatale datum failliet gegaan was en dat de produktie gestaakt
was. Is het waarschijnlijk dat de recherche alle informatie heeft
ingewonnen en dan dit cruciale feit niet gehoord heeft? |
|
Het Dick-was-verpleger verhaal |
Op verscheidene plaatsen wordt gesteld dat Dick verpleger zou
zijn. Vervolgens wordt bij de verplegers-vakorganisatie nagevraagd
of Dick daar ingeschreven staat. Dit is niet het geval en dat
lijkt dan erg verdacht. De werkelijkheid is dat Dick zich nooit
als verpleger heeft voorgedaan, hij was butler. Er wordt ook nergens
hard gesteld dat hij zich als verpleger voordeed, het wordt alleen
gesuggereerd en gecombineerd met een ‘ontmaskering’. |
|
Verwaarlozingsverhaal algemeen |
In het latere Parool-artikel wordt het letterlijk gezegd: ‘...inpalmen...
gezondheid... zodanig laten verslechteren.. dat zij kort na het
huwelijk komen te overlijden’. De werkelijkheid was dat
de specialist meldde dat de algemene toestand van mevrouw was
verbeterd. En Dick zorgde juist voor méér (inplaats
van minder) medische zorg: in het jaar dat hij bij haar was is
mevrouw zeven keer bij een dokter geweest (zes keer bij de huisarts,
twee keer bij de specialist, één keer bij de Badeartzt).
Dick heeft wel tegenover de recherche verklaard dat hij haar alcoholverbruik
veel méér had willen terugdringen.
De kinderen hadden in het jaar dat Dick er was blijkbaar nooit
iets gemerkt, want nergens is sprake van eerdere discussie hierover.
|
|
Verwaarlozingsverhaal op de bewuste avond |
Op handige wijze heeft de recherche de gebeurtenissen op de
bewuste avond ‘ingekleurd’. De werkelijkheid was dat
mevrouw ‘niet lekker’ was, met algemene klachten die
iedereen heeft die twee flessen wijn gedronken opdrinkt. Dat is
ook wat de rij-instructeur over de telefoon tegen zijn vrouw zei.
Had Dick met deze klachten een arts ingeschakeld, dan zou die
geadviseerd hebben eerst de roes uit te slapen.
Op het moment dat Dick constateerde dat het opeens ernstiger was,
was het al te laat en was mevrouw overleden.
De recherche heeft de verhalen van Dick en de kroongetuigen anders
opgeschreven: er zou al eerder gezien (en besproken) zijn dat
mevrouw er slecht aan toe was (in de zin van doodziek) en Dick
zou niets gedaan hebben tot het moment van overlijden.
Dick erkent dat hij de verklaringen waarin dit staat heeft ondertekend
(hij had ze niet gelezen omdat hij geen bril had, maar kon er
niet onderuit) maar ontkent ten stelligste dat er een mogelijkheid
tot ingrijpen is geweest.
|
|
Slaapkamerkast verhaal |
Neuzen in de slaapkamerkast zou opgeleverd hebben dat Dick en
de huisvriend uit de gevonden papieren begrepen hadden dat mevrouw
vermogend was. Men zou speciaal een sleutel nagemaakt hebben.
Waarheid: Het was niet kies om nieuwsgierig te zijn, maar Dick
had altijd de sleutel en heeft er inderdaad met de huisvriend
in de kast gekeken.
Dit was niet zoals het hoorde.
Echter, de aanname dat Dick pas op dat moment ontdekt zou hebben
dat mevrouw vermogend was is uiterst merkwaardig: hoe kun je een
butler hebben als je niet rijk zou zijn?
|
Andere
ontbrekende verklaringen
Een aantal betrokkenen zijn nooit gehoord (of hun verklaring is niet
in het dossier opgenomen.
De huishoudster had bijvoorbeeld uitsluitsel kunnen geven of Dick
goed voor mevrouw zorgde of haar verwaarloosde met het oog op haar
overlijden. Zij werd echter direkt na het overlijden door de familie
in dienst genomen.
De huisarts, dr. Verhoef, speelt eveneens een cruciale rol. Toevalligerwijze
was hij ook de huisarts van de dochter van mevrouw van Wylick. Hij
zou meer kunnen verklaren over de gezondheid van mevrouw, de zorg
van Dick en de combinatie alcohol-medicijnen. Hij deed naar de mening
van Dick echter mee aan de insinuaties tegen Dick, blijkens het bovenvermelde
bril-verhaal.
Andere
meningen over Dick
Velen hebben Dick in zijn tijd tijdens de processen en daarna in
de gevangenis bijgestaan. Niet iedereen wil in de publiciteit op de
zaak terugkomen.
Anderen geven vrijuit hun visie op de zaak; is Dick inderdaad de
berekenende moordenaar?
Dr. H.M. Laane, huisarts: ‘Dick was een patiënt van mij.
Ik zag hem niet zoveel want hij had een goede gezondheid. Opeens kwam
hij om kalmeringstabletten vragen. Hij vertelde het verhaal en ik
besloot hem te gaan helpen, op één voorwaarde: als hij
tegen me zou liegen, dan zou ik er direkt mee ophouden. Een dag na
zijn eerste consult hebben we uitgebreid alles doorgesproken. Ik had
direkt mijn twijfels over de beschuldigingen omdat ik Dick kende en
menselijk gezien zeker wist dat hij zoiets niet zou doen. Toen ik
de beschuldigingen op een rijtje ging zetten bleek er niet veel van
te kloppen. Vooral het medische dossier was hemeltergend. Er waren
nota bene medicijnen door elkaar gehaald: men had het over het (samen
met alcohol inderdaad gevaarlijke) chloorpromazine, terwijl het feitelijk
om promethazine ging: een typefout als het ware! Verder constateerde
ik al snel dat er systematisch gejokt werd: er werden allemaal ‘slechte
dingen’ over Dick geroepen, die ik niet geloofde en die dan
bij nader onderzoek volledig uit de lucht gegrepen bleken. En er wer
selectief verhoord: de specialist (die het beste op de hoogte was
van de medische situatie) werd door de recherche verhoord, hij was
het beslist oneens met het alcohol-medicijnen-verhaal maar het vervolgverhoor
waarin hij dat formeel zou bevestigen werd gewoon afgelast. Dat noem
ik achterover drukken. Dat verdraaien gebeurde voortdurend: alles
wat negatief was werd systematisch opgeblazen, en wat positief was
werd weegedrukt of gewoon weggelaten.’
‘Iedereen die naderhand het dossier leerde kennen (advocaten,
betrokkenen uit de gevangenisperiode en andere medestanders) weten
dat Dick onschuldig is, zo duidelijk is het.’
‘Meerdere medestanders hebben eindeloos met Dick gesproken over
al die details die achteraf gebruikt zijn om hem verdacht te maken,
en niemand heeft Dick ooit op een leugen of onregelmatigheid kunnen
betrappen. Niet omdat hij zo geraffineerd was, maar omdat hij de waarheid
vertelde. De enige fout die Dick gemaakt heeft is het ondertekenen
van het proces-verbaal van zijn verhoor; dat door de recherche flink
‘verfraaid’ was. Hij had het niet gelezen omdat ze hem
zijn bril niet wilden geven.’
‘Ik heb jaren nodig gehad om de listigheden te doorgronden die
met deze man zijn uitgehaald. De manoeuvres met de verdwenen rum (het
‘moordwapen’), de geraffineerde manier om de kroongetuigen
in toom te houden, en vooral de aperte onwil van de Hoge Raad. Wij
hadden een waterdicht verhaal voor natuurlijke dood maar het mocht
tot nu niet baten; de Hoge Raad geeft geen krimp.’
‘De verdediging heeft op zich goed werk geleverd, maar we doorzagen
op dat moment niet wat er feitelijk gebeurde en hoe gevaarlijk de
situatie was. Ik was naïef en kon me gewoon niet voorstellen
dat men zoiets zou kunnen doen. We hadden feitelijk een sterk verhaal,
maar achteraf niet genoeg. Als ik alles had geweten had ik er direkt
een advocaat uit de top-tien bij gehaald.
‘Natuurlijk wist men dat het niet waar was; natuurlijk had men
gelezen dat mevrouw uit zichzelf gehuwd was en niet omdat Dick haar
als ‘homo-mafia’ gedwongen had. Haar eigen verklaring
en die van haar zuster waren volstrekt ondubbelzinnig. Uit alle trucs
blijkt zonneklaar dat het gebrek aan bewijs opzettelijk met list en
bedrog is gecompenseerd.’
Mr. Spong was advocaat tijdens cassatie en het eerste herzieningsverzoek.
‘In beide procedures door mij uitgebreid de ondeugdelijkheid
van de bewijsmiddelen aangetoond; daar sta ik nog steeds helemaal
achter. Ik vond, en vind, dat hij op onjuiste gronden veroordeeld
is. De verklaring van dr. Zeldenrust, waar het vonnis voor een belangrijk
deel op gebaseerd is, deugt voor geen meter. Gezien de vele zwakke
plekken in de bewijsvoering ben ik nogmaals van mening dat het hier
een ondeugdelijke veroordeling betreft.’
Mr. Korvinus (advocaat bij de vierde herziening waarin de kroongetuigen
alles introkken): ‘Ik hoop van harte dat de heer van Leeuwerden
eindelijk gehoor vindt bij de Hoge Raad. Natuurlijk is hij onschuldig:
het na de veroordeling verzamelde feitenmateriaal sluit uit dat hij
het gedaan heeft. De vrijspraak (voor moord) bij de rechtbank duidde
er al op dat het geen sterke zaak was.’
De buurvrouw van Dick
Ik ken Dick nu zo’n 22 jaar, vanaf het moment dat hij naast
mij kwam wonen. Maar omdat hij ’s nachts werkte zag ik hem in
het begin nooit. Pas toen we elkaar via een collega leerden kennen
ontdekten we dat we naast elkaar woonden.
Dick en zijn vriend hielpen mij altijd, Dick stond altijd klaar voor
mij.
Toen mevrouw van Wylick overleed las ik in de krant wat er aan de
hand was, en de vriend van Dick kwam ook langs om het te vertellen.
Ik was totaal perplex. Ik had dat nooit verwacht, het eerste dat ik
dacht was ‘dit kan niet waar zijn’. Ik vond het totaal
niet in overeenstemming met zijn persoon zoals ik die had leren kennen.
In het begin was Dick nog vrij ontspannen, maar toen iemand posters
in de buurt had opgehangen kwam hij totaal overstuur bij mij langs.
Ik sprak hem regelmatig in die bewuste week.
In de gevangenis heb ik hem regelmatig opgezocht. Als we er dan waren,
ging het er ogenschijnlijk gezellig aan toe. Kopje koffie erbij, het
gewone werk.
Ik ben er altijd van overtuigd dat hij vrijgesproken zou worden; als
je niets gedaan hebt kun je toch niet veroordeeld worden? Het vonnis
van het gerechtshof was op een vrijdagmiddag en zijn vriend en ik
waren beide thuis. Hij kwam mij vertellen dat Dick was veroordeeld.
Dat wasnatuurlijk een enorme tegenvaller.
Ik ben hem altijd trouw blijven bezoeken; ik wilde hem niet in de
steek laten want ik wist dat hij onschuldig was. De rechters beseffen
niet half wat ze deze man hebben aangedaan.
Ik ken hem, het is een type wat nog geen mier kan doodrukken, laat
staan een moord met voorbedachte rade, zoals men beweerde.
Dick vertelde mij direkt na het overlijden dat hij met mevrouw getrouwd
was. Daar moest ik wel even over nadenken, verwerken. Ik wilde niet
te snel oordelen. Dick vertelde dat het met wederzijds goedvinden
was. Mevrouw lag overhoop met de kinderen en wilde dat Dick later
niet meer zo hard zou hoeven te werken.
Ik kan het me helemaal voorstellen dat ze Dick om zich heen wilde
hebben: wie zou niet iemand willen hebben die je overal mee helpt,
lekker een wijntje inschenkt en een hapje erbij serveert.
Hij was altijd erg blij als we hem in de gevangenis bezochten, en
hij klaagde nooit. Hij had het druk met zijn aktiviteiten in de gevangenis.
We beseften wel dat hij ons lang niet alles vertelde.
Zijn hartinfarct heeft hem erg veranderd. Hij kan veel minder, maar
zijn typerende belangstelling en zorgzaamheid zijn nog steeds hetzelfde.
Toen hij vrijkwam was hij erg rustig en gelijkmatig; ik had wel wat
meer uitgelatenheid verwacht. Hij is zo’n type waaraan je niet
direkt zijn stemming kunt aflezen. En is het niet zo dat juist de
binnenvetters een hartinfarct krijgen?
Eerst was hij een tijd werkeloos. Dat knaagde aan hem, dat kon je
merken. Uiteindelijk in de nachtzorg terecht.
Natuurlijk is hij onschuldig, daar ben ik heilig van overtuigd. Dat
heb ik van het begin af gedacht (en geweten).
Hij was altijd enorm hulpvaardig: hielp mij bijvoorbeeld toen ik eens
beroofd was om aangifte te doen. Ook kwam hij langs om te zeggen dat
ik naar de dokter moest, dat had hij onthouden. Toen ik bepaalde gezondheidsproblemen
kreeg heeft hij verscheidene keren hulp geregeld, en hij was degene
die in de gaten had dat het een bepaalde medicijnen lag die ik kreeg,
hetgeen later door de dokter bevestigd werd.
Ik kon alles zelf maar toch stond hij erop mij te helpen.