Voorgeschiedenis

Een rechtspsychologische inleiding

Een belangrijk deel van de juridische wetenschap is de rechtspsychologie. Vanouds hebben psychologen zich beziggehouden met een belangrijk onderdeel van het strafrecht: gebruik (en misbruik) van getuigenverklaringen. Als getuigen een signalement van een verdachte geven, hoe betrouwbaar is dat dan? Als de politie een getuigenverhoor afneemt, welke methode is dan toelaatbaar? En als een verdachte bekent, heeft hij het dan ook werkelijk gedaan (niet altijd)? De vraag waarom iemand iets bekent wat hij niet gedaan heeft is een psychologische.
Ook naar het gedrag van mensen die een strafmaat moeten bepalen (leden van een jury, rechters) is veel onderzoek gedaan. Immers, zij zijn ook mensen en hebben als zodanig last van onbewuste voorkeuren, tunnelvisie en vooroordeel.

Spinoza zei als eerste: de mens gelooft wat hij leest.
Minder dan hijzelf zou willen, is de mens in staat om neutraal te lezen en een onbevooroordeeld eindoordeel te vormen.
Een van de onderzoekers op dit terrein is de sociaal psycholoog Daniel Gilbert van de universiteit van Texas. Gilbert liet proefpersonen een strafmaat bepalen op basis van een een politiedossier waar zogenaamd per ongeluk zinnen uit een ander dossier in terecht waren gekomen. Deze verdwaalde zinnen waren in het rood gedrukt zodat men kon zien dat ze er niet in thuis hoorden. Tijdens het lezen moesten de proefpersonen een of ander aandacht-afleidend, flauw werkje met blauwe getallen doen. Volgens de theorie van Spinoza zouden ze dan onvoldoende gelegenheid hebben de rode tekst actief te verwerpen en zelfs teksten voor waar aannemen, waarvan verteld was dat het ze niet bij hoorden.
Het resultaat: proefpersonen die de ‘verrijkte’ teksten onder ogen hadden gehad, met de extra beschuldigingen erin, gaven bijna twee maal zo hoge gevangenisstraffen: geen zes maar elf jaar. Dit ondanks het feit dat de proefpersonen wisten dat de teksten uit een ander dossier (van andere verdachten) kwamen.

Dit illustreert de onderliggende complicaties die spelen bij het vaststellen van strafbaarheid en strafmaat. Suggestie en vooroordeel speelt bij elke fase van zo’n onderzoek, ook bij het opbouwen van een dossier. Soms gaat er wel eens wat fout. Een verklaring van een getuige-deskundige wordt verkeerd begrepen en overgenomen. Getuigen kunnen labiel zijn of een bepaald eigen belang hebben. En soms, heel soms, gebeuren al deze dingen tegelijk.

Wat vooraf ging

Dick van Leeuwerden werd geboren op 27 februari 1944 in Amsterdam. Hij was een rustige, hulpvaardige man. Karaktereigenschappen die wel pasten bij zijn vak. Hij was verzorger en butler in Amsterdam-Zuid. Deze buurt rondom de Beethovenstraat was een wereld op zich: de dure modezaken, delicatessenwinkels en kapsalons hadden zich gevormd rond de specifieke kring van bewoners. Men kende elkaar. Het was dan ook niet zomaar dat een van die bewoners Dick vroeg om bij haar te komen werken. Mevrouw Brouwers-van Wylick had gehoord van de goede ervaringen van zijn vorige werkgevers. Haar partner, met wie ze bijna tien jaar samen was, was ziek en had steeds meer hulp en verzorging nodig. Zo kwam het dat Dick van Leeuwerden in dienst kwam. Uiteindelijk was verzorging thuis niet meer mogelijk. Zijn taak leek er op te zitten, maar mevrouw Van Wylick vroeg hem om te blijven. Ze was gewend geraakt zijn hulp en voortdurende attentie. Ze was zeker niet makkelijk, maar Dick leek daar goed mee om te kunnen gaan. Hij had het geduld om haar grillen te accepteren en de zorgzaamheid om daar af en toe tegenin te gaan. Dit laatste was iets wat ze zeker niet gewend was, gezien haar dominante persoonlijkheid. Sinds Dicks aanwezigheid was ze rustiger en vriendelijker. Bovendien dronk ze minder. Ook de valpartijen met gebroken ledematen als gevolg deden zich niet meer voor. Mede gezien haar leeftijd was het nauwelijks mogelijk te stoppen met drinken. Dick stelde echter wel een maximum; als hij wegging zette hij stiekem een streepje op de drankfles om te controleren of ze zichzelf niet extra inschonk. Hij voelde haar aan; met niemand kon ze zo goed opschieten als met hem. De relatie met haar kinderen was slecht. Ze wilde ook niet alleen te zijn en daarom was deze situatie voor haar ideaal.
Dick zelf beschreef later hun verstandhouding alsof het leek dat ze hartsvriendinnen waren: ze bespraken jurken, kleding, schoenen, makeup, parfum enzovoorts. Ze waren ook veel samen. Zeker nadat mevrouw Van Wylick een keer gevallen was toen Dick al vertrokken was, wilde ze dat hij bleef totdat zij naar bed ging.
Ze bleef echter, ondanks al zijn tegenwerpingen, bang dat “haar” Dick eens weg zou gaan. Daarbij wilde ze hem goed verzorgd achterlaten als ze zou overlijden. Ze besprak dit met haar zus uit Amerika toen die eind augustus 1983 op bezoek kwam. Die suggereerde een verstandshuwelijk. Op die manier was ze zeker van de zorg van Dick en hij zou te zijner tijd aanzienlijk minder successierechten hoeven te betalen.
“Ik heb besloten jou te vragen of jij met me wilt trouwen”, zei ze tegen Dick. Weliswaar had ze het geformuleerd in een vraagvorm maar van een weigering wilde ze weinig weten. Dick vond het in eerste instantie een vreemd idee. Ze bleek er echter goed over nagedacht te hebben en ze legde uit dat een huwelijk voor beiden een handige constructie zou zijn. Uiteindelijk zag hij geen bezwaar en stemde toe. Onmiddellijk na zijn antwoord schreef ze een briefje voor het bevolkingsregister. Op papier liet ze zichzelf verhuizen naar haar rij-instructeur in Vinkeveen. Op die manier zouden de kinderen niets ontdekken aangezien in die tijd huwelijksvoltrekkingen in de gemeente aangeplakt moesten worden. Ze wist namelijk dat de kinderen het er niet mee eens zouden zijn en verwachtte dat ze zouden proberen het huwelijk te verhinderen als ze op de hoogte zouden zijn.
Op 29 september 1983 traden mevrouw Brouwers-Van Wylick en Dick van Leeuwerden in het huwelijk. Haar rij-instructeur en zijn vriendin traden op als getuige. Min of meer als huwelijksreis gingen ze naar Bad-Neuerahr, een Duits kuuroord, dat mevrouw van vroeger kende. Daar wilde ze bovendien een gezondheidsverklaring krijgen om haar dochter ervan te overtuigen dat ze nog in staat was om een auto te besturen.
Terug in Amsterdam liet ze haar advocaat, mr De Wolf, een verklaring opstellen dat het huwelijk gebaseerd was “wederzijdse liefde en respect” en dat haar echtgenoot “op zich had genomen haar te begeleiden en te verzorgen, zoals hij voordien ook al deed.”
Uit deze ongewone en opmerkelijke stap bleek wel dat mevrouw Van Wylick voorzag dat de kinderen het huwelijk, en met name de vermogensrechtelijke aspecten, zouden aanvechten.
Er staat letterlijk:

‘Uit de bewuste telefoongesprekken (tussen Dick, de zuster en de dochter, red.) leid ik af dat mijn familieleden, die overigens met het omschreven huwelijk niet op de hoogte zijn, waar mogelijk zullen proberen te trachten de positie van mijn echtgenoot aan te tasten, ook waar het betreft het vermogensrechtelijke aspect ervan’.

Vrijdag 4 november 1983 was de dag dat alles veranderde. Niemand kon voorzien hoe één dag onderwerp zou worden van een zo lange, nog steeds voortslepende juridische strijd. De dag begon als alle andere. Om acht uur bracht Dick de koffie en de krant. De werkster kwam later die ochtend en Dick deed in die tussentijd de boodschappen. Mevrouw van Wylick liet een uur of twaalf thuis haar nagels doen door een manicure. Vervolgens zette Dick haar af bij het Hilton voor de thee en liet de auto wassen. Aan het eind van de middag ging het paar weer naar haar huis. Dan begon haar drankritueel. Mevrouw dronk wijn vanaf ’s middags vanaf vier uur totdat ze rondom tien uur naar bed ging, zo’n één à twee flessen totaal. ’s Avonds kwam er ook nog een “slok” bij, zo noemde ze haar eigen drankje; spa met een scheut gin. Rond zeven uur aten beiden die avond een kop soep. Tijdens de soep dronk mevrouw haar glas wijn leeg en ging daarna naar bed. Hoewel de bevriende rij-instructeur langs zou komen, ging ze toch liever slapen. Ze nam haar gebruikelijke medicijnen in: een slaap-, een bloeddruk- en een kalktablet. De rij-instructeur kwam rond achten. Zijn dienst zat erop en, zoals hij wel vaker deed, hij kwam langs voor een praatje en een drankje. Samen met Dick keek hij televisie en dronken ze wat. De rij-instructeur had intussen zijn vriendin gebeld om te zeggen dat hij wat later thuis zou komen. Als smoes zei hij dat mevrouw Van Wylick zich een beetje ziek voelde. In werkelijkheid was er niets aan de hand.
Van Leeuwerden stopte haar in en ging terug naar de woonkamer. Ze belde die avond een aantal keer met de bel naast haar bed, ze kon namelijk niet slapen. De rij-instructeur vond al dat aandacht-vragen overdreven, maar het was nou eenmaal het werk van Dick. Tegen de rij-instructeur zei hij nog dat hij het bloeddruk-toneelstukje had opgevoerd. In feite stelde dat niets voor, Dick was immers geen verpleger. Hij deed alsof hij haar bloeddruk opnam. Het was een soort ritueel waarbij hij nadeed wat hij de dokter zo vaak had zien doen. Het resultaat was altijd hetzelfde: “mevrouw, uw bloeddruk is net als de laatste keer bij de dokter”. Ze wist dit zelf natuurlijk ook wel maar wilde aandacht. Niet lang na tien uur belde ze weer en vroeg om haar “slok”, een glas spa met een scheut rum. Dick wilde het haar eigenlijk niet geven maar ze hield vol en kreeg zoals meestal haar zin.
Hij kwam terug in de kamer in, en zag voor het eerst die avond dat meer aan de hand was dan de normale effecten van twee flessen wijn. Hij veegde haar transpiratie af, en terwijl hij haar vast had, voelde hij haar wegzakken. Ze blies haar laatste adem uit en was overleden. De rij-instructeur verscheen in de deuropening en zag daar Dick met zijn echtgenote in z’n armen. Dick zei tegen hem “Ik denk dat het nu afgelopen is.”

De versie van politie en justitie was later geheel anders. Dick zou een gevaarlijk hoge bloeddruk gemeten hebben, en tegen de anderen hebben gezegd hebben dat het ‘een aflopende zaak’ was. Vervolgens zou hij (inplaats van de dokter te roepen) haar de gevraagde “slok” gegeven hebben, maar nu met Surinaamse 90%-rum . Mevrouw zou na het drinken binnen enige minuten zijn overleden.
In werkelijkheid was er voor Dick geen reden een arts te roepen. In het verleden had hij wel vaker de huisarts gebeld als mevrouw zich niet helemaal lekker voelde en steeds kreeg hij te horen dat ze haar roes moest uitslapen in plaats van de dokter te laten komen. Ze was immers verder niet ziek. Op het moment dat Dick op de bewuste avond zag dat er méér aan de hand was, was het al te laat.

Ooit had mevrouw Van Wylick tegen Dick gezegd dat als er iets zou gebeuren, hij eerst haar advocaat moest bellen en niet haar kinderen. Niet alleen vanwege de slechte relatie tussen moeder en kinderen maar ook omdat zij immers niet op de hoogte waren zouden zijn van het huwelijk. Dick kreeg de advocaat, mr. de Wolff, meteen aan de telefoon en hij raadde Dick aan toch de zoon en de dochter te lichten en wel gelijk de volgende ochtend.
Vervolgens belde Dick de huisarts, waar een antwoordapparaat naar een vervanger verwees. Deze was een kwartier later ter plaatse en stelde de dood vast, waarschijnlijk een hartinfarct. Na afloop van de formaliteiten bood de rij-instructeur Dick aan om de nacht bij hem en zijn vriendin door te brengen.
Terwijl de rij-instructeur zijn vriendin op de hoogte stelde, ging Dick door met zijn dagelijkse taken. Hij waste de glazen af en deed de lege flessen in een plastic zak om ze onderweg in de glasbak te deponeren (niet de glasbak in de eigen straat). Hij wist dat mevrouw van Wylick niet wilde dat anderen konden zien hoeveel zij dronk. Deze op zich onschuldige handelingen zouden later echter in het nadeel van Van Leeuwerden worden uitgelegd.
Zeker het feit dat beiden op de weg naar Vinkeveen nog bij een café zijn gestopt, kan op meerdere manieren worden uitgelegd. Was het om alles even te laten bezinken of om iets te vieren, zoals de politie beweerde? De rij-instructeur zei hier later over: “Het was mijn idee om daar even te bekomen van de schrik. Dick voelde er niets voor, maar hij had weinig keus. Hij zat bij mij in de auto en ik ging daarheen.”
De volgende ochtend, op een zaterdag, was Van Leeuwerden weer vroeg bij de woning om de uitvaart te regelen en de zus en kinderen van mevrouw op de hoogte te stellen. Om negen uur kwam de dochter langs. Dick vertelde haar wat er gebeurd was die nacht ervoor en dat hij met haar getrouwd was. Hij vertelde erbij dat het de uitdrukkelijke wens haar moeder was om het geheim te houden. Na een lange stilte zei ze dat het ‘haar eigenlijk niet verbaasde’.
Die dag belde de dochter haar broer, die op dat moment in Ankara als diplomaat werkzaam was. Dezelfde dag besloten ze in onderling overleg om een advocaat in de arm te nemen (voor civielrechtelijk advies); de zoon zou onmiddellijk naar Amsterdam komen. De dochter belde ook de waarnemend huisarts die de dood had vastgesteld en vertelde hem over het geheim gehouden huwelijk en dat ze het een verdachte zaak vond. Daarop belde de arts de recherche met het verzoek om een onderzoek door de politie en de gemeentelijke schouwarts.

Het opsporingsonderzoek

Het telefoongesprek van de dochter had effect gehad, want in het procesverbaal valt te lezen: “De waarnemend huisarts (….) wilde in eerste instantie een verklaring van natuurlijke dood afgeven, doch kwam hier naderhand op terug en waarschuwde de recherche.”
Voordat de eigen huisarts en gemeentelijke schouwarts zelfstandig hun mening hadden kunnen vormen, belde de vervangende huisarts ook hen met de door dochter Van Wylick geuite verdenkingen. In zijn verklaring deed hij ook een andere waarneming: “Ik heb aldaar de indruk gekregen dat de beide personen homofiel waren.” Niet duidelijk is waarom deze opmerking is opgenomen. De indruk was trouwens gedeeltelijk onjuist: de rij-instructeur was ‘gewoon’ hetero.

Men zou op deze zondagmiddag het begin van het drama kunnen situeren, en wel bij een telefoontje dat op deze middag binnenkwam bij de wachtcommandant van de recherche van het hoofdbureau van politie in Amsterdam. Hij zette rechercheurs aan het werk, naar aanleiding van een tipgever naar wiens identiteit alleen maar is te gissen.
De tip betreft een veronderstelde relatie van deze zaak met een andere zaak, de zaak-Dribbel. Deze informatie was blijkbaar zo belangrijk, dat men een opmerkelijke wijze van registreren koos: aan het dossier van Dick werd een pagina nul toegevoegd, nog vóór de ‘normale’ eerste, als nummer 1 genummerde, pagina. Uit de inhoud blijkt duidelijk waarom.
Er staat:
“In december 1978 is op Las Palmas overleden, Sophia Emma Dribbel, geboren te Amsterdam op 7 september 1891. In haar onmiddellijke omgeving verbleven: Dick van Leeuwerden, als verpleger, en [..] S. als chauffeur. Later bleek dat Dribbel gehuwd was met S. Uit onderzoek is gebleken dat zowel Van Leeuwerden als S. homofiel zijn. Verder bleek dat Dribbel ziek was en dat het volgens artsen zeer onverstandig was om te gan reizen en helemaal om naar een warm land te gaan. Vermeld dient te worden dat Dribbel zeer vermogend was.”
Vervolgens (pagina 1) wordt het gebeurde rond mevrouw Van Wylick op de normale manier beschreven.
Het verband lijkt duidelijk. Beide verdachten waren homofiel en getrouwd met een oudere dame. Bovendien kenden ze elkaar. De politie noemde het in de verhoren “homomaffia”. Hetzelfde proces-verbaal vermeldt niet dat er (na twee lijkschouwingen en een verhoor van S.) geconcludeerd werd dat er van een misdrijf geen sprake was. Mevrouw Dribbel bleek namelijk overleden aan een hartinfarct. Voorts was de reis naar Spanje (in tegenstelling tot wat het proces-verbaal vermeldt) wel degelijk op doktersadvies. Deze details zijn waarschijnlijk niet bekeken omdat ze formeel niet van belang waren voor dit onderzoek.
De zaak-Dribbel komt in de stukken (of in de vonnissen) verder nauwelijks voor, maar is in de verhoren van Dick en de kroongetuigen uitvoerig aangehaald. Anders dan de suggestie, kenden S. en Dick elkaar wel, maar als collega’s; zij hadden vrijwel geen privé-omgang.
De zaak Dribbel is indertijd uitvoerig onderzocht en geseponeerd, omdat er geen strafbare feiten werden vastgesteld.

Maar wie was nu de geheimzinnige tipgever? En waarom was de tipgever anoniem? Er waren niet veel mensen die dit verband zouden kunnen leggen (de zaak-Dribbel was ongeveer vijf jaar geleden). Feit was dat het advocatenkantoor dat de familie in de arm had genomen, ook het kantoor was indertijd de nabestaanden van mevrouw Dribbel bijstond.

De politie begon met het verzamelen van materiaal voor een strafklacht. Het stoffelijk overschot van mevrouw Van Wylick werd in beslag genomen, haar huis verzegeld en er werden telefoons afgeluisterd. Zelfs Dicks advocaat werd afgeluisterd, privé en zakelijk, hetgeen niet toegestaan is (de relatie tussen cli?nt en advocaat is vertrouwelijk). De druk werd opgevoerd voor Van Leeuwerden, zijn vriend, de rij-instructeur en zijn vrouw. Zo mocht Dick alleen onder politie-begeleiding naar het uitvaartcentrum. Ze vroegen zich af wat er aan de hand was en belden die dagen heel wat af over de buiten hun medeweten afgeluisterde telefoons. Uit de enorme uitgetikte stapel gesprekken valt niets belastends op te maken. Dat zou later in de verhoren anders worden.
Op 21 november arresteerde de politie Van Leeuwerden op verdenking van moord. De rij-instructeur en zijn vriendin werden eveneens als medeverdachten aangehouden. De eerste verhoordag duurde tot kwart voor elf ’s avonds. Ieder van het drietal zegt nog steeds, twintig jaar later, last te hebben van deze ervaring. Het echtpaar was met veel vertoon van hun bed gelicht en had geen gelegenheid gekregen om opvang voor hun kinderen te regelen.

Het feit dat de vrouw pas een baby had gekregen werd door de rechercheurs handig gebruikt: “Ik kon maar beter meewerken anders zou ik m’n kinderen niet meer zien. Ook suggereerden ze me dat het niet goed ging met de baby. ‘Je jongste is ziek. Hij mist je al’ zeiden ze tegen me.”
Zij was dan ook de eerste die de druk niet aankon. ”Ze bedreigden me en intimideerden me. Ik heb toen maar wat gezegd. Ik weet niet eens meer wat, maar ze hebben zo op me ingepraat en Dick zo afgeschilderd als een doortrapte moordenaar die ons er in had geluisd, dat ik het zelf ben gaan geloven.”

De rij-instructeur werd vervolgens geconfronteerd met een nogal vrije vertaling van wat zijn vriendin gezegd zou hebben. Zo had hij, samen met Dick en zijn vriendin, inderdaad gesproken over het vermoorden van mevrouw, maar heel anders dan de recherche het opgeschreven had, en vooral op een heel ander moment, namelijk in de dagen ná de dood van mevrouw Van Wylick, en beslist niet vóór haar overlijden, zoals de recherche beweerde.
Het gesprek was niet gegaan over een moord gepleegd zou kunnen worden, maar hoe belachelijk de opmerkingen van de recherche waren. Er werd opgemerkt dat ‘als we haar dan toch hadden willen vermoorden, dan hadden we toch gewoon de badkamervloer met groene zeep kunnen insmeren.’
De recherche plaatste deze opmerking tijdens de verhoren opeens terug in de tijd (vóór het overlijden van mevrouw), zodat het leek alsof het om serieuze moord-plannen ging. De rechercheurs hadden blijkbaar niet gezien dat in de badkamer hoogpolig tapijt lag, wat het “plan” met de groene zeep nou niet bepaald realistisch maakte.
De rij-instructeur heeft tien jaar na dato hierover gezegd: “Er is nooit en te nimmer ook maar één woord gevallen over hoe die vrouw dood moest. Dat kwam van de politie zelf. Die woorden werden je in de mond gelegd, terwijl ik donders goed wist dat het niet waar was.”
Dick heeft nog steeds nachtmerries van die verhoren, die hij nog erger vond dan zijn tijd in de gevangenis. “Er kwam opeens een andere rechercheur binnen met zijn hand in het verband. Hij vertelde, terwijl hij naar zijn hand wees, dat hij net iemand anders een paar klappen had gegeven en nu was ik aan de beurt.”

In de drie dagen dat de verhoren duren, worden de verklaringen steeds belastender. De verhalen lopen echter ook steeds meer uiteen en zijn op veel punten duidelijk weerlegbaar. Uiteindelijk krijgen de rechercheurs bij de rij-instructeur de verklaring ‘los’ dat hij zou meeprofiteren van de erfenis: een medeplichtige is geboren.
Nu de recherche meende motief en medeplichtigen gevonden te hebben, moest alleen de onnatuurlijke dood nog aangetoond worden. Dit was een probleem want het definitieve sectierapport was nog niet ontvangen. Toen dit eind november verscheen wees de uitslag in de richting van een “acute hartdood” die waarschijnlijk veroorzaakt was door “een hartonregelmatigheid”. De ‘mogelijkheid werd opengelaten’ dat de oorzaak een vergiftiging door alcohol en medicijnen was. Maar wilde de recherche de verdenking van moord aannemelijk maken, dan waren de voorliggende feiten niet genoeg. Dick moest iets gedaan hebben, en zijn handelingen zouden moeten aansluiten op de ‘mogelijkheid’ van een alcohol-medicijnenvergiftiging. Men zou bijvoorbeeld moeten aantonen dat Dick inderdaad met voorbedachte rade alcohol en medicijnen zou hebben toegediend. Het sectie-rapport wees zeker niet in die richting. De toxicoloog stelde dat in het bloed geen hogere concentraties geneesmiddelen te vinden waren dan te verwachten was op grond van wat de artsen haar hadden voorgeschreven. Haar specialist was bovendien op de hoogte van haar alcoholgebruik.

Echter, in de driedaagse verhoorsessies zou de alcohol een belangrijke rol krijgen, net zo belangrijk als hij in het leven van mevrouw van Wylick was geweest.
In een van haar verklaringen vertelde de vriendin van de rij-instructeur dat ze drie maanden voor het overlijden voor Dick rum uit Suriname had meegenomen. Een deel van deze fles rum had ze in een flesje overgeschonken en aan Dick gegeven, om zijn favoriete drankje, cola-tik, van te mixen. De rechercheurs zagen hier een aanknopingspunt: terwijl de vrouw zei “ik weet niet wat het percentage was”, en “het zou 35% maar ook 95% kunnen zijn”, belandde het laatste percentage als hard feit in het proces-verbaal. Toen de rij-instructeur met dit “moordwapen” geconfronteerd werd, vertelde hij dat Van Leeuwerden “een scheut uit de fles van 95% door de soep bij het avondeten heeft gedaan”. Waarbij wordt vergeten dat hij pas na het avondeten was langsgekomen en dat dus onmogelijk gezien zou kunnen hebben. In zijn oorspronkelijke verklaring zei hij ook dat in plaats van haar “slok”, Dick haar een cocktail te drinken had gegeven van witte wijn, gin en de rum van 95%, hoewel hij eerder verklaarde dat hij televisie had zitten kijken en dus met zijn rug naar Van Leeuwerden toe had gezeten toen deze inschonk. In een later interview zegt hij hierover: “Ik heb Dick die avond inderdaad geen rum zien inschenken. Ik heb in dat huis helemaal geen rum gezien.” De rij-instructeur weet dan nog niet dat de fles met rum uit Suriname in beslag is genomen. Geheel tegen alle regels in, is het alcoholpercentage van deze rum niet bepaald, althans er is geen proces-verbaal van. Dit is opvallend, daar er van de in het vonnis genoemde 95%-rum ook geen alcoholbepaling is. Volgens de stukken zijn er dus twee soorten rum geweest: de ongetest, werkelijke rum van 43% en de 95% rum, waarvan het fysieke bestaan nooit is aangetoond.
Beide medeverdachten gaan met name op de laatste van de drie dagen totaal overstag, en zoals het door de recherche op papier gezet is, is het een klassiek geval van moord met voorbedachte rade.
De man: ‘Ik kan wel zeggen dat er iedere keer over haar dood werd gesproken...[ ]. Dick had het er onder andere over dat zij kwam te vallen in de badcel terwijl hij er niet was en doodbloedde. Ook is er wel over gesproken om het bad vol te laten lopen met water, zodat het een verdrinkingsdood leek.’
Dick zou gezegd hebben: ‘Ik heb zojuist haar bloeddruk opgenomen en die was abnormaal hoog. ik denk dat het een aflopende zaak is. De man: ‘Nadat hij weer naar de slaapkamer van Brouwers geweest is zei hij woordelijk: ‘Ik zal haar nog een flinke slok geven’. Ik zag toen dat hij gin, wijn en een scheut van een uit Suriname afkomstige drank met een alcoholpercentage van 95 in een glas deed.’
De vrouw bevestigt deze uitspraken, en sterker nog: ‘Dick vertelde ons dat hij Brouwers alleen voor het geld zou trouwen. Altijd sprak hij dan weer over het feit dat Brouwers zo lastig was en dood moest. Ook toen Dick in Bad Neuenahr was belde hij dagelijks. Hij vertelde dat hij hoopte dat Brouwers daar zou overlijden [....] spraken Dick en [de man] voortdurend over de dood van Brouwers, vooral Dick.’ De andere zaak-Dribbel komt hier terug: ‘Dick zei daarover: wat hij kon, kan ik ook.’

Ook Dick bezwijkt in zekere zin onder de druk. Hij tekent het proces-verbaal, met daarin teksten die hij naar eigen zeggen zeker niet gezegd heeft. Volgens de recherche geeft Dick toe dat er een zekere tijd zat tussen het eerste moment waarop hij zag dat het niet goed met mevrouw ging, en haar uiteindelijke overlijden. Hij zou in die tijd medische hulp hebben kunnen inroepen.
Volgens Dick heeft hij inderdaad getekend, maar was door uitputting, maar ook doordat men hem zijn bril niet wilde brengen, niet meer tot iets anders in staat.
Uit de beschrijvingen van alle drie komen er verhoormethode naar voren, die later als ‘de Zaanse verhoormethode’ als niet acceptabel is afgewezen.

Meteen na de verhoren kwam de rij-instructeur bij de rechter-commissaris al terug op zijn uitspraken. Over zijn uitspraak dat hij een deel van de erfenis zou krijgen noemde hij zelfs een “giller”. Deze intrekking en ontkenningen zouden echter in de volgende procedures zouden niet meer baten; er werd vastgehouden aan wat hij bij de recherche verklaard had. Ook de vriendin gaf bij meerdere gelegenheden te kennen dat ze haar verklaringen zou intrekken.

Medische beschuldigingen

Waren de verklaringen van de kroongetuigen nog niet dramatisch genoeg, het tweede deel van de aanklacht deed er nog een schepje bovenop. Naast de alcohol-medicijnencombinatie bleek mevrouw nog aan vier andere aandoeningen te lijden, die bij Dick bekend zouden zijn en op grond waarvan hij medische hulp had moeten inroepen. Ziet men de opsomming, dan is die inderdaad indrukwekkend.
Dick zou haar alcohol gegeven hebben, en geen dokter gebeld hebben, terwijl hij wist:
a) ‘dat zij onder meer Atosil (waarvan (algemeen) bekend is dat dit middel in combinatie met alcohol fatale (dodelijke) gevolgen kan hebben [..];
b) ‘dat zij aan hartinsufficiëntie, althans aan enige hartkwaal leed’;
c) ‘dat zij aan bronchitis en/of (sterke) ademnood leed’;
d) ‘dat zij uiterlijke tekenen van lichamelijk onwel bevinden en/of machteloosheid (zweten/pijn in haar benen/versufte blik) vertoonde’;
e) ‘dat haar bloeddruk was opgelopen tot een abnormale en/of alarmerende hoogte (boven de 200 bovendruk)’.

Volgens de verdediging is dit geheel een sterk staaltje van leugenachtige overdrijving, geheel gericht op effectbejag. Punt a en b zijn geheel onjuist; punt c refereert aan een bronchitis waar mevrouw inmiddels van was genezen, punt d is een suggestief mengsel van symptomen die mevrouw af en toe vertoonde, samen met symptomen die iedereen heeft die twee flessen wijn gedronken heeft, en bij punt e is het nepritueel rond de bloeddrukmeting ongemotiveerd opgewaardeerd tot een serieuze medische constatering.
Bovendien is alleen het eerste punt (hoewel onjuist) afkomstig van een medicus: de andere punten zijn geheel zonder toetsing van de medische plausibiliteit opgeschreven en als de waarheid gepresenteerd

Achteraf gezien heeft de verdediging waarschijnlijk onderschat hoe sterk de suggestieve dimensie van het verzamelde materiaal was: de op zich bijzondere situatie van een een homo die vanwege de erfenis met een oude vrouw trouwt; kroongetuigen die ogenschijnlijk een consistent verhaal (motief, voorbedachte rade) vertellen, gecombineerd met medici die een passende doodsoorzaak bevestigen.

Precieze tekst van beschuldigingen en gedetailleerde weerlegging

Tot nu toe is het verloop van de gebeurtenissen sequentiëel beschreven.
Voor diegenen die gedetailleerd inzicht willen in de precieze bewijsmiddelen en de visie van de verdediging daarop, worden in dit hoofdstuk die bewijsmiddelen en detail becommentarieerd.
Als uitgangspunt wordt daarbij het vonnis van het Hof genomen, dat elders op deze site in zijn geheel opgenomen is. Hier worden alleen delen van de in het vonnis opgenomen bewijsmiddelen besproken.

Kijken we naar de gehanteerde bewijsmiddelen (dat wat het Hof dus beschouwd als datgene wat er feitelijk gebeurd is) dan heeft Dick de verwaarlozing min of meer zelf toegegeven (hetgeen hij ten stelligste ontkent). Uiteraard ontkent Dick ook dat het ooit zo gebeurd is. Wel erkent Dick hij wel dat hij het proces-verbaal heeft ondertekend, hoewel hij het niet kon lezen, omdat men zijn leesbril niet wou brengen.

Onder bewijsmiddel 1 staat dat Dick toegegeven zou hebben dat het hem ‘bekend [was] dat zij medicijnen gebruikte die in combinatie met alcohol een nadelige werking konden hebben’ In werkelijkheid heeft Dick gezegd dat hij weet dat er in zijn algemeenheid medicijnen zijn die in combinatie met alcohol gevaarlijk kunnen zijn. Alle medicijnen die mevrouw gekregen had (en de dosering) waren door haar specialist voorgeschreven, rekening houdend met haar alcoholgebruik. Sterker nog, geen van de voorgeschreven medicijnen combineerde slecht met alcohol.

Over de het vermogen van mevrouw zou Dick gezegd hebben: ‘Ik had ondekt dat zij over een aanzienlijk vermogen beschikte’. Dit is een verzinsel van de politie. Natuurlijk wist Dick toen hij bij mevrouw van Wylick kwam dat zij vermogend was; hoe zou zij anders een butler kunnen betalen? De oorsprong van dit verhaal is een (op zich niet erg fraaie) aktie van de rij-instructeur en Dick: men had eens in de slaapkamerkast van mevrouw (waar zij haar waardepapieren bewaarde) zitten neuzen. Daarvan maakte de politie een ‘ontdekking’ (immers veel suggestiever).

Verderop: ‘Op een gegeven moment heb ik, zoals ik vaker deed, met een daarvoor bestemd toestel haar bloeddruk gemeten’.
Bewijsmiddel 2 vervolgt: ‘Het is waar dat ik op de avond van het overlijden van mevrouw Brouwers haar bloeddruk heb opgemeten. [..] Deze was ontstellend hoog, te weten boven de 220 bovendruk.’
Volgens Dick wordt hier de fantasie-bloeddrukmeting tot serieuze handeling opgewaardeerd, en is de 220-waarde (die Dick nooit werkelijk genoemd hetzij gemeten heeft) uit de (later ingetrokken) verklaringen van de vriendin gehaald.
De fantasiemeting heeft op de bewuste avond [op zich wel] plaatsgehad.

‘Na het meten heb ik haar een mengsel met daarin gin te drinken gegeven. Ik heb tegen [..] [de rij-instructeur] gezegd: “het loopt af. Het gaat mis.”
‘[De vriendin] vroeg mij of het afgelopen was. Ik heb dat bevestigd. Mevrouw Brouwers leefde op dat moment nog.’
Volgens Dick is dit uitdrukkelijk een door de recherche afgedwongen verhaal van de vriendin en is er beslist geen sprake geweest van een tijdsperiode tussen de constatering dat het niet goed ging en het feitelijke overlijden; het gebeurde op hetzelfde moment. De opmerking dat ‘het mis gaat’ is een verdraaing van de constatering (na het overlijden) dat ze inderdaad overleden was (door de recherche in de tijd naar voren geschoven).

Bewijsmiddel 4: ‘Het hartmiddel Inderal, waarvan dr. Laue de dosering terugbracht van drie naar twee tabletten per dag, heeft zij voortdurend ingenomen’. Hier wordt gesuggereerd dat er een hartmedicijn gebruikt werd, en dat Dick dus wist dat mevrouw hartklachten had. In werkelijkheid is Interdal een middel tegen hoge bloedruk, hetgeen iets totaalanders is.

Bewijsmiddel 5 betreft de verklaring van de rij-instructeur. Hij spreekt over de inhoud van de slaapkamerkast: ‘[..] hebben Dick en ik op een dag een kast op haar slaapkamer doorzocht omdat wij vermoedden dat er een hoop geld of een aantal spaarbrieven aan toonder of zoiets dergelijks in zou liggen. Uit bankafschriften en andere papieren die wij aantroffen bleek ons dat Brouwers een vermogen van f 1,8 miljoen bezat’.
Hier komt de suggestie terug dat Dick niet wist dat mevrouw vermogend was. Reeds besproken.

‘Enige tijd later spraken wij erover hoe we dat geld in handen konden krijgen. Er werd het plan geopperd dat Dick met Brouwers zou trouwen. Ik kwam met Dick overeen dat ik zou meeprofiteren van de erfenis.’ Dit is beslist zo nooit gebeurd, en in zijn geheel door de getuige ingetrokken bij de vierde herziening. Het huwelijk was helemaal geen idee van Dick en de getuige, maar van de zuster van mevrouw.

‘Na het huwelijk hebben wij thuis wel eens zitten praten over het overlijden van Brouwers. Dick had het er onder andere over dat zij kwam te vallen in de badcel terwijl hij er niet was en doodbloedde. Ook is er wel over gesproken om het bad vol te laten lopen met water, zodat het een verdrinkingsdood leek. Ik kan wel zeggen dat er iedere keer over haar dood werd gesproken, ook bij het bezoek dat [..mijn vriendin..] en ik aan Dick brachten toen hij in Bad Neuenahr verbleef. Dick vertelde voortdurend dat het leven van Brouwers voor hem veel te lang duurde.’
Dit is beslist zo nooit besproken en ook geheel ingetrokken door de getuige.

Wel had hij ooit, samen met Dick en zijn vriendin, gesproken over het vermoorden van mevrouw, maar heel anders dan de recherche het opgeschreven had, en vooral op een heel ander moment, namelijk in de dagen ná de dood van mevrouw Van Wylick, en beslist niet vóór haar overlijden, zoals de recherche beweerde.
Het gesprek was niet gegaan over een moord gepleegd zou kunnen worden, maar hoe belachelijk de opmerkingen van de recherche waren. Er werd opgemerkt dat ‘als we haar dan toch hadden willen vermoorden, dan hadden we toch gewoon de badkamervloer met groene zeep kunnen insmeren.’
De recherche plaatste deze opmerking tijdens de verhoren opeens terug in de tijd (vóór het overlijden van mevrouw), zodat het leek alsof het om serieuze moord-plannen ging. De rechercheurs hadden blijkbaar niet gezien dat in de badkamer hoogpolig tapijt lag, wat het “plan” met de groene zeep nou niet bepaald realistisch maakte.

‘Omstreeks 22.30 uur werd Dick door Brouwers geroepen. Toen hij na[ar] ongeveer tien minuten terugkwam zei hij tegen wij: 'Ik heb zojuist haar bloeddruk opgenomen en die is abnormaal hoog. Ik denk dat het een aflopende zaak is'.
Dit is volgens Dick nooit zo gebeurd: hij heeft niet eerst de bloeddruk gemeten en gezien dat het niet goed ging: dat heeft de recherche er van gemaakt. Direkt nadat Dick zag dat ze niet goed was overleed ze, zonder tussenperiode.

‘Nadat hij weer naar de slaapkamer van Brouwers was geweest zei hij woordelijk: 'Ik zal haar nog een flinke slok geven.’ Ik zag toen dat hij gin, wijn en een scheut van een uit Suriname afkomstige drank met een alcoholpercentage van 95 die hij een keer van Gerda had gekregen in een glas deed. Toen hij met het glas naar de slaapkamer liep ben ik hem achterna gegaan en bij de deur blijven staan kijken. Ik zag dat Brouwers iets transpireerde en op de rand van het bed zat. Dick zette het glas aan haar mond en ik zag dat Brouwers een flinke slok nam. Ik ben weer naar de kamer gegaan. Na enkele minuten hoorde ik dat Dick mij riep. Ik ben naar hem toegegaan. Hij zei: "Ik denk dat het nu afgelopen is." Tussen het moment waarop hij een hoge bloeddruk constateerde en het moment dat hij zei dat zij was overleden heeft ongeveer drie kwartier gezeten.’
Deze versie in geheel door de getuige ingetrokken. Hij had helemaal niet kunnen weten wat er in de drank zat, elders verklaart hij dat hij met de rug naar Dick toe zat toen hij het drankje klaarmaakte. Dick heeft haar wel een drankje gebracht (Spa met gin) maar daar heeft ze niet van gedronken.

‘Nadat Brouwers was overleden heeft Dick het glas waaruit zij had gedronken omgespoeld en schoongemaakt. Hij zei dat hij dat deed omdat de dokter en de politie het glas met de drank die hij haar had gegeven niet mochten aantreffen.’
Het schoonmaken klopte (Dick was butler en ruimde daarom de glazen op), maar de daarop volgende opmerking van Dick is beslist een verzinsel van de politie, en geheel ingetrokken door de getuige.

‘Later bij ons thuis heeft Dick verteld dat hij Brouwers die avond soep heeft opgediend waarin hij een scheut alcohol gegooid had van die fles van 95%.’
Dit is het beruchte alcohol-in-de-soep verhaal, dat door de politie is verzonnen. Al was het waar geweest, dan nog was het van-horen-zeggen, want de getuige was er zelf niet bij geweest; hij heeft het dan ook volledig ingetrokken.

‘Deze fles alsmede diverse medicijnen die Dick in zijn koffer had zitten heeft hij bij elkaar gezocht. Ik heb deze goederen, waarvan Dick zei dat er door de politie en de dokter vragen over gesteld konden worden, in Vinkeveen in een glasbak gedeponeerd.’
Dat Dick medicijnen in de glasbak zou hebben laten gooien, is aantoonbaar onjuist. Alle medicijnen die voorgeschreven waren zijn aan de hand van ophaaldatum en dosering nagerekend en er ontbrak niets. De opmerking die Dick gemaakt zou hebben over ‘vragen’ is door de politie verzonnen.
Wel juist is dat er flessen in de glasbak in Vinkeveen gegooid zijn; mevrouw wilde niet dat men in haar eigen straat zou kunnen zien hoeveel ze dronk. Deze onschuldige handeling is voortdurend anders uitgelegd.

In bewijsmiddel 6 komt de vriendin van de rij-instructeur aan het woord. De meeste van haar verklaringen lopen gelijk op met die van de rij-instructeur. Er zijn echter ook verschillen.

‘Toen Dick wist dat zij vermogend was heeft hij weleens gezegd, dat hij met haar zou trouwen. Dick had eens bij een andere oudere rijke dame gewerkt als verpleger, die met een jonge man, haar chauffeur , was getrouwd. Die vrouw is kort na het huwelijk overleden. Dick zei daarover: "Wat hij kon, kan ik ook".
Deze uitspraak van Dick is nooit gedaan en is ook door de getuige ingetrokken. Ook heeft Dick nooit gezegd dat hij ‘haar zou trouwen’; dit is wederom door de politie verzonnen.

‘Op de dag van het huwelijk had mevrouw Brouwers een ring om. Ik vond hem wel mooi. Dick zei tegen mij dat ik die ring kon krijgen wanneer zij overleden was.’
Deze conversatie is opvallend. Er wordt gesuggereerd dat de getuige mee zou kunnen profiteren van erfenis, maar het wordt (anders dan bij de rij-instructeur) niet hardop gezegd. Door de verdediging wordt dit als een truc gezien. Immers, de vrouw werd direct na de eerste verhoren vrijgelaten en niet meer als verdachte beschouwd, omdat men anders helemaal geen getuige zou hebben (drie verdachten mogen niet tegen elkaar getuigen). Het zou dus slecht staan als de vrouw hier (evenals haar vriend) zou toegeven dat zij van de erfenis zou profiteren (wat zij natuurlijk wel zou doen als haar vriend met Dick het geld zou delen).
De hele getuigenis van de vrouw is mede dubieus: als zij getrouwd waren geweest had de vrouw zich kunnen verschonen. Nu moest ze haar eigen vriend (met wie ze twee kinderen had) van medeplichtigheid aan moord beschuldigen. Was ze getrouwd geweest (en had niet kunnen getuigen) was ze wellicht niet zomaar vrijgelaten.

‘Ook wel is er eens over gesproken haar te laten struikelen, het bad vol te laten lopen zodat ze zou verdrinken, haar drank en medicijnen te geven of de badkamervloer met groene zeep in te smeren. Op 4 november 1983 belde Henk mij 's avonds op dat hij bij Dick in de Willem Kesstraat in Amsterdam een borrel zou gaan drinken. Om half elf belde Henk voor de tweede keer en zei dat mevrouw Brouwers dood was. Ik geloofde dat niet. Ik kreeg toen Dick aan de telefoon, die zei dat mevrouw ziek was en een hoge bloeddruk had, boven de 200 bovendruk. Ik heb toen gevraagd of hij er geen dokter bij moest halen . Dick zei toen dat een dokter weinig kon doen en het alleen maar een paar uur kon rekken.’
‘Het derde telefoontje kreeg ik rond 12 uur ’s nachts. Ik kreeg toen te horen dat mevrouw Brouwers was overleden. Henk en Dick zijn niet meteen naar huis gekomen. Zij zijn eerst naar een café gegaan. Zij kwamen tussen 3 en 4 uur in de morgen thuis. Dick vertelde toen dat hij mevrouw Brouwers soep met daarin Palmboom, Surinaamse rum, heeft gegeven.’
Alle eerdere elementen komen hier terug, inclusief het verhaal van de soep, wederom van-horen-zeggen.

‘Toen later het stoffelijk overschot van mevrouw Brouwers door de politie in beslag werd genomen heeft Dick gezegd dat wanneer de politie vragen zou stellen wij niet alles moesten zeggen, bijvoorbeeld: - dat hij haar alkohol te drinken had gegeven, - over de telefoongesprekken van die avond en ook geen bijzonderheden over het huwelijk.
Dit is volgens Dick weer een door de politie afgedwongen bewering.

In bewijsmiddel 7 vertelt de vriendin verder: ‘Dick vertelde ons dat hij Brouwers alleen voor het geld zou trouwen. Hij belde ons dagelijks. Altijd sprak hij dan weer over het feit dat Brouwers zo lastig was en dood moest. Ook toen Dick in Bad Neuenahr was belde hij dagelijks. Hij vertelde dat hij hoopte dat Brouwers daar zou overlijden. Hij zou goed verzorgd achterblijven en het zou goed uitkomen als Brouwers daar dood zou gaan met al die artsen in de buurt. In de periode tussen 22 oktober 1983 en de bewuste vrijdag 4 november 1983 spraken Dick en Henk voortdurend over de dood van Brouwers. vooral Dick.’
Volgens Dick geheel onjuist, en later ingetrokken door de vriendin.

Al deze constateringen zijn door de verdediging altijd met kracht bestreden. Dat was een zware taak, want niet bestreden wordt dat het verhaal van het hof (hoewel feitelijk vrijwel volledig onjuist) optisch goed in elkaar zit. De subjectieve werking die er van uitgaat is zo sterk, dat het haast onbegonnen werk is het verhaal te ondergraven. Er is effectief ‘gestapeld’; er wordt een overvloedige hoeveelheid zeer verdacht ogende feiten en omstandigheden gepresenteerd, een goed geredigeerde combinatie van motieven, medisch-objectief ogende omstandigheden en verdachte handelingen.
Als de verdediging probeert de diverse punten aan te vechten, is dat haast onbegonnen werk: de lezer denkt onbewust ‘okee, er kan wellicht twijfel over een onderdeel zijn, maar al die andere kwalijke punten dan?’. Dit is ook duidelijk zichtbaar in de motiveringen van de Hoge Raad: in de afwijzingen wordt verwezen naar het ‘geheel van feiten en omstandigheden’, en daarmee bestempelt men dan de mogelijke twijfel over een bewijsonderdeel min of meer als niet-relevante detaildiscussie. Men kan zich eenvoudigweg niet voorstellen dat het hele verhaal onjuist is.

Notaris komt langs...
Vlak na de verhorenronde komt de notaris van de familie langs met een opvallende boodschap. Hij zei dat als Dick het recht op de erfenis zou laten vallen hij geen motief voor moord meer zou hebben, en dat hij dat dan niet meer vervolgd zou worden. Dick kon deze wending nauwelijks bevatten en overlegde uitgebreid met zijn huisarts. Het was hem niet duidelijk hoe hij door de familie en Justitie van moord beschuldigd kon worden, maar blijkbaar alleen in het geval waarin hij vast zou houden aan de erfenis.

Rechtbank

Op 29 maart 1983 komt de zaak voor de rechtbank. De Officier van Justitie eiste voor de rechtbank in Amsterdam vijftien jaar gevangenisstraf wegens moord. De afgelegde verklaringen lijken de beschuldigingen (Dick heeft haar extra alcohol gegeven terwijl ze al ziek was) volledig te dekken.
De op de zitting gehoorde deskundigen verklaren echter geen van allen dat haar dood met zekerheid een gevolg is geweest van de combinatie van alcohol en medicijnen. De in haar bloed aangetroffen concentraties medicijnen worden door apotheker-toxicoloog Van der Ark uitgelegd als de voor mevrouw normale hoeveelheid. Zij slikte weliswaar iedere dag een aanzienlijke hoeveelheid, maar toch relatief lichte medicijnen. Deze medicijnen waren door de artsen aangepast op het alcoholgebruik van mevrouw Brouwers. Zij waren volledig op de hoogte van haar drankgebruik. Uiteindelijk beslist de rechtbank dat moord niet bewezen was, omdat er onvoldoende relatie was tussen het handelen (en nalaten) van Van Leeuwerden en het overlijden van mevrouw.
Dick ging echter niet vrijuit, want de rechtbank meende wel dat het te eten geven van soep met 90% rum onverantwoord was, vooral omdat alcohol gevaarlijk kon zijn voor haar gezondheid. De rechtbankpresident achtte Dick schuldig aan het nalaten van inroepen van medische zorg, die geboden was. Dick zou: "uit eigenbelang doelbewust en met volledige verwaarlozing van de belangen van het slachtoffer heeft gepleegd respectievelijk nagelaten" [citaat klopt taalkundig niet] die mevrouw Brouwers fataal werden. Voor de vastgestelde grote mate van verwijtbaarheid werd Dick veroordeeld tot de maximumstraf van twee jaar. De als mede-verdachte terechtstaande rij-instructeur werd vervroegd en volledig vrijgesproken.

Dick van Leeuwerden ging in hoger beroep. Het verhaal van die rum in de soep was immers onzin. Ze had niet meer gedronken dan anders. Zijn versie van het verhaal kon bovendien door deskundigen bevestigd worden. Hij vond twee jaar voor iets dat hij niet gedaan had onverteerbaar.

 

  home | site map | zoeken | contact
Copyright © 2004 Dickmoetvrij.com All rights reserved